sitemap | zoek
english | français | español
deutsch | русский
 
 
   

home > over de nvsh > geschiedenis van de nvsh > we zijn nog zo nodig

Geschiedenis van de NVSH

 

Henk Peeters: We zijn nog zo nodigHenk Peeters

Interview door Dik Brummel

“Het leukste vind ik dat voor het eerst in onze geschiedenis de jonkies van twaalf tot achttien ons weten te vinden. Jongeren kwamen vroeger eigenlijk nooit bij de NVSH”

“Mijn ouders waren voor de oorlog al lid van de Nieuw Malthusiaanse Bond, dus ik heb altijd gedacht dat ik wel netjes gepland was. Maar toen ik het trouwboekje van mijn ouders in handen kreeg, bleek dat niet zo te zijn.”

Henk Peeters is nu 80, maar zijn betrokkenheid bij het werk van de NVSH is nog altijd even groot. Hij is al vele jaren een vaste medewerker bij de hulptelefoon, en de laatste jaren heeft hij ook een steeds groter aandeel in de beantwoording van e-mail vragen. Hij houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen, en stuurt bijna dagelijks commentaar, krantenartikelen, nieuwsberichten, interessante informatie op internet en correcties ten behoeve van de NVSH-website op naar het verenigingskantoor.

Is de NVSH nog nodig?
We zijn nog zo nodig. En niet alleen voor volwassenen, maar vooral voor jongeren. Preventie, dat is toch heel belangrijk. Wat ik het leukste vind is dat de laatste jaren de jonkies van 12 tot 18 de NVSH weten te vinden. Jongeren kwamen vroeger eigenlijk nooit bij de NVSH. In de jaren 50 waren hulpverlening en voorlichting eigenlijk vooral gericht op mensen met een voltooid gezin. In de jaren 60 kwamen daar de jonggehuwden bij die nog even wilden wachten met kinderen krijgen. In die tijd werden ook cursussen georganiseerd, zoals huwelijksscholen. Die waren wel toegankelijk voor ongehuwden, maar dat waren toch ook niet de allerjongsten, en bovendien waren die mensen meestal al verloofd of in ondertrouw. In de jaren 70, toen de Rutgers Stichting de taak van de consultatiebureaus overnam en later ook de voorlichting aan jongeren ging doen, hield de NVSH zich steeds meer bezig met clubactiviteiten en trok daarmee allerlei soorten mensen aan, maar ook dat waren altijd volwassenen, in toenemende mate zelfs mensen van middelbare leeftijd. Ondertussen ging de informatievoorziening via Sekstant, folders en brochures en via de hulptelefoon, wel gewoon door, maar door de daling van het aantal leden had dat steeds minder impact, en bij de jongere generatie raakten wij totaal onbekend. Het grappige is dus dat pas sinds de laatste jaren de echt jonge mensen ons weten te vinden. De enige verklaring daarvoor is natuurlijk dat we een goede website hebben waar ze persoonlijke vragen kunnen stellen die binnen een dag ook persoonlijk beantwoord worden. Opvallend vind ik ook het aantal bezoekers en vragenstellers met buitenlandse namen

Hoe was het voor jou 60 jaar geleden?
Ik was al samen met Truus en Truus gebruikte het pessarium. Niet alleen voor geboorteregeling, maar als de spinazie gewassen werd, was het ook een mooie gootsteenafdichter. Toen de NVSH in 1961 de pil in Nederland introduceerde, hebben wij ons ook opgegeven om mee te doen aan de proef van een jaar. Die pil, Lyndiol, was erg zwaar vergeleken bij de pillen van tegenwoordig en Truus was er niet echt blij mee. Ze had heel veel last van een baarmoederontsteking en wij waren ervan overtuigd dat de pil de oorzaak was. Wij zijn trouwens altijd eigenlijk meer aanhangers van de natuurgeneeswijze geweest. Maar ik zei tegen Truus: “Vertrouw er maar op dat de pil ongevaarlijk is, want daar zitten hele knappe koppen achter, en er is uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.” Maar ze is er na een jaar of acht toch mee gestopt. Omdat ons gezin voltooid was –ik heb drie zoons- heeft zij zich in 1972 laten steriliseren. Ik heb dat toen zelf ook maar meteen laten doen. Een beetje uit solidariteit. Maar ik dacht ook: Als ik ooit iets met een ander krijg, en er gaat iets mis, dan is dat natuurlijk heel vervelend. En ik moet zeggen, ik heb daar nooit spijt van gehad.

Kun je iets over je achtergrond vertellen?
Ik kom uit een familie van een vrijdenkers, politiek radicalen. Mijn vader was anarchist, tegen god, koning en vaderland. Die liep in demonstraties tegen de oorlog met een gebroken geweertje op de jas. Ook waren ze esperantisten en tegen alcohol, maar geen naturisme, dat eigenlijk niet. Er is hier vlakbij Eerbeek een groot naturistenterrein, maar ik moet bekennen dat ik daar nooit geweest ben.
De oorlogstijd heeft grote invloed gehad. Het was spannend en angstaanjagend. Ik maakte tekeningetjes voor de Waarheid en bracht de krant rond. Vanwege hun communisme werden mijn vader, oom en neef opgepakt. Mijn vader kwam weer vrij omdat hij ziek was. Met een ziekte kwam je het concentratiekamp niet in hoor! Mijn oom kwam in Dachau om. Ik raakte bij een demonstratie op het Buitenhof gewond als gevolg van een klap op mijn hoofd. De gevolgen daarvan zijn mijn hele leven merkbaar gebleven. Ik studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten en werd medewerker voor creatieve therapie in een psychiatrische inrichting. Dat was iets heel nieuws in die tijd. In 1972 kwam ik in de WAO, omdat ik nog steeds last had van die klap uit de oorlog. Ik besloot mij aan de kunst te wijden. In Nederland ben ik onbekend, maar in Duitsland heb ik succes. Er is pas een expositie geopend in Düsseldorf, en dat loopt echt heel goed.

Henk Peeters

Henk Peeters voor een van zijn kunstwerken

Wat is jouw belangrijkste motief om je voor de NVSH in te zetten?
Het belangrijkste vind ik de vrijheid om je te ontplooien. Als dat wordt belemmerd door sociale omstandigheden, hoe de maatschappij in elkaar zit, dan ben ik daar tegen. Onderdrukkers zijn ook mijn vijanden. Zeg maar God, Koningin en Vaderland. De communistische partij, elke politieke partij kan ook onderdrukkend zijn. Maar er is in het communisme ook altijd een vrijheidsdrang geweest. Wist je dat de vrouw van Lenin, Kroepskaja, net als onze Aletta Jacobs voorstander was van het vrije huwelijk? Ik ben zelf bijvoorbeeld sterk beïnvloed door de boeken van Wilhelm Reich, die een revolutionaire linkse opvatting had over de betekenis van de seksuele lust als bevrijdende kracht. Dat heeft mij indertijd de ogen geopend, en geleidelijk aan kwam de overtuiging dat ik ook een bijdrage wilde leveren aan de seksuele hervorming. Gé Nabrink heb ik nog gekend, de gedreven bestuurder van de NMB en medeoprichter van de NVSH in 1946.
Ik raakte begin jaren zestig actief bij de NVSH betrokken via Willem Boissevain, die indertijd aan het hoofd stond van het Rutgershuis in Arnhem. Hij zocht mensen, vooral leraren, die zich wilden laten opleiden om voorlichting en hulpverlening te geven. Ik was toen leraar kunstgeschiedenis. Ik heb mij daar toen voor opgegeven en zo ben ik bij de NVSH gekomen. Ik heb toen ook allerlei mensen leren kennen, waaronder Mary Zeldenrust-Noordanus, die later voorzitter zou worden. We organiseerden van alles, zoals ‘kaderavonden’ waar deskundigen een verhaal kwamen afsteken over alles en nog wat.

Je bent dus ook actief lid van de vereniging geweest?
Nee, absoluut niet! Ik ben allergisch voor vergaderen. Het verenigingsleven trekt mij niet. Ik hou ervan om de handen uit de mouwen te steken. Er is werk te doen, en dat moet je gewoon aanpakken. Natuurlijk is er overleg nodig, maar dat is heel anders dan het soort vergaderen dat in de NVSH een heel ernstige ziekte werd. Maar misschien is dat met alle verenigingen wel hetzelfde, dat ze een bepaald soort mensen aantrekken, die liever lullen en ruziemaken dan de hand aan de ploeg slaan. Er zijn natuurlijk ook wel uitzonderingen.

Noem nog eens iets anders wat je gedaan hebt ?
Ik ben betrokken geweest bij de kunstmatige inseminatie. Dat gebeurde ook vanuit het consultatiebureau. In die tijd was de donor vanzelfsprekend anoniem. Ik heb zelf ook diverse malen sperma geleverd. We vroegen ons natuurlijk wel eens af of dit geen tegenstrijdige activiteit was, want je helpt wel mee de bevolking groter te maken. Maar eerlijk gezegd heb ik er nooit zo’n probleem mee gehad om individuele vrouwen te helpen die zo graag een kindje willen hebben. Zwanger worden is voor de meeste vrouwen nog steeds vanzelfsprekend.
De NVSH-traditie is er vooral op gericht geweest om óngewenste zwangerschap te voorkomen en te bestrijden.

Kunnen anderen een zwangerschap ook als ‘ongewenst’ beschouwen?
‘Ongewenst’ is geen moeilijk begrip als je het principe van ‘de vrouw beslist’ hanteert. Bij abortus bijvoorbeeld. Als het ongewenst is, is dat meestal wel duidelijk, en daar kun je in één gesprek achter komen. Daarom vind ik die vijf dagen bedenktijd bij de abortus ook onzin, typisch betutteling. We moeten ook als NVSH daarover onze stem laten horen.
Maar anderen kunnen een zwangerschap ook als ‘ongewenst’ beschouwen en dan ligt het moeilijker. We vinden het toch allemaal ongewenst als ernstig gehandicapte mensen een kind op de wereld zetten? Ik ben er zeker voorstander van om in zo’n geval alles te doen om zwangerschap te voorkomen. Omwille van dat kind. Maar je hebt het dan wel over extreme gevallen. Er zijn natuurlijk veel meer mensen die eigenlijk helemaal niet geschikt zijn als opvoeder. En dat is dan nog afgezien van de genetische problemen waar ze hun kinderen mee belasten.
De hele kwestie van wat gewenst en ongewenst is moet vooral een discussiethema blijven. Maar ondertussen kunnen we er alvast voor pleiten om de abortuspil makkelijker beschikbaar te maken. Die mag nu nog alleen door artsen met een abortusvergunning worden voorgeschreven. Volgens mij moet de huisarts dat ook gewoon kunnen doen. Het lijkt me wel goed als er medische hulp in de buurt is, want er kan wel eens iets mis gaan.

Dus geen abortuspil vrij verkrijgbaar bij de apotheek of drogist?
Nou, ik ben wel een beetje bang dat zo’n pil dan in de plaats gaat komen van anticonceptie. Je ziet dat nu al aan de explosieve stijging van het aantal morning-afterpillen. Voor de farmaceutische industrie is dat wel prettig, maar de meeste van die pillen worden onnodig geslikt.
Ik heb eerlijk gezegd het vermoeden dat heel wat jongeren uit overdreven bezorgdheid, onwetendheid, of indianenverhalen de morning-afterpil kopen.

Merk je dat aan de e-mails die je beantwoordt?
Ik krijg echt vaak brieven van meisjes die aan de pil zijn en ook een condoom gebruiken, hun pauzeweekbloeding hebben gehad en toch met de gedachte spelen dat ze zwanger zijn. ‘Je weet het nooit helemaal zeker’, zeggen ze dan. Er staat ook wel een hoop waarschuwende voorlichting op internet, vooral via chatsites, waar iedereen een duit in het zakje kan doen. Dan krijg je dus veel kletspraat, allemaal van horen zeggen, sterke verhalen. Ik heb ook wel eens de indruk dat zwanger zijn een bepaalde status geeft. Een meisje vertelde me dat als ze op school zegt dat ze overtijd is haar aanzien onder haar vriendinnen daarmee onmiddellijk stijgt. Het is natuurlijk nogal wat voor een meisje om zich te realiseren dat zij een kind kan krijgen. Denkt ze dan: “Dat wil ik ook wel eens meemaken”?

Zijn er nog andere vragen die je opvallen?
De meeste vragen liggen wel voor de hand. Je bent jong en je probeert wat, en dan gaat het niet helemaal goed, de jongen komt te vlug, het meisje heeft pijn, of hij wil veel vaker dan zij, enzovoort. Wat wij vroeger ‘huwelijksproblemen’ noemden. Die doen zich nu op jongere leeftijd voor. Dat is op zich een enorme vooruitgang, want dan hebben ze toch wat meer vrijheid om te experimenteren met andere partners. Dat levert dan ook weer een vraag op die vroeger wel bij gehuwden voorkwam, maar die nu door de jonkies gesteld wordt: ”Ik ben zwanger geraakt, maar ik ben ook een keer vreemd gegaan en nu weet ik niet of mijn vriend wel de vader is. Kunnen ze dat ook onderzoeken?” Ik weet daar dan ook niet onmiddellijk het antwoord op, dus dat moet ik dan weer aan een ander vragen. Ik ken gelukkig verschillende mensen bij wie ik zo’n vraag kan neerleggen.

Je had het ook over allochtone namen?
Ja, het meest opvallende is zeker ook het grote aantal vragenstellers met Turkse en Marokkaanse namen. Wat dat betreft is internet een geweldige uitvinding. De Turkse en Marokkaanse meisjes stellen vaker vragen die betrekking hebben op hun maagdelijkheid. Maar het valt me wel op dat ze dat doen omdat ze ondeugend of wild gevrijd hebben. Ze doen dus van alles, maar tegelijkertijd zijn ze natuurlijk bang om er niet meer bij te horen. Ze vinden het heel gewoon als hun vriend of verloofde hen in de steek laat als ze geen maagd blijken te zijn, dus ze willen dan graag een hersteloperatie.

Hoe ga je met zo’n vraag om?
Ik zeg altijd dat een vriend die je in de steek laat vanwege een klein randje weefsel geen echte vriend is. En ik vertel ook dat er andere manieren zijn om op de huwelijksdag de indruk te wekken dat je nog nooit iets met seks gehad hebt. Je doet dan mee aan bedotterij. Ik voel me toch ook wel verplicht om te vertellen dat een hersteloperatie mogelijk is en wat er dan gedaan wordt. Mijn eigen opvattingen kan ik wel geven, maar ik ben er in de eerste plaats om informatie te verstrekken. Mensen moeten toch zelf weten wat ze daarmee doen.
Mijn Turkse werkster vertelde me dat hun club met de Bond van Plattelandsvrouwen over seks gaat praten. Weet je wat ze zei? “Ik kan met Turkse vrouwen heel open over seks praten, alleen met mannen gaat dat niet”. Maar is dat nou zo vreemd voor ons? Hoe lang is het geleden dat bij ons de vrouwen niet zonder hoofddeksel de straat opgingen? En wij hebben toch ook van die echte christelijke groeperingen die ook niets van de NVSH willen weten? Nee, ik zie geen echt wezenlijk verschil. De NVSH heeft natuurlijk wel de opdracht voorlichting zo wijd mogelijk te verspreiden. Maar dat is een kwestie van lange adem.

Heb je de jaren 70 ook heel bewust meegemaakt?
Jazeker. Wij dachten dat het huwelijk als instituut op z’n eind liep. Truus en ik wilden eigenlijk ook niet trouwen, maar we hebben dat gedaan omdat we anders geen woonvergunning kregen. Ons gezin was toen al voltooid. We hebben vrienden gehad, ook aan partnerruil gedaan. Als ik er over nadenk dan geloof ik dat het misschien wel te vroeg en te moeilijk was. De onzekerheid, de angst en de paniek dat je vrouw of man met een ander naar bed gaat. Ik capituleer niet, ik heb nog steeds lieve vriendinnen, maar het is erg moeilijk in de wereld zoals die nu in elkaar zit. Ik bedoel niet dat het de schuld is van de maatschappij. Nee, de maatschappij zit zo in elkaar omdat al die gezinnen zo in elkaar zitten. Het heeft te maken met angst, angst om te verliezen. Als ik naar m’n eigen kinderen kijk, die hebben allemaal een burgerlijk huwelijk. Die ideeën over vrije liefde van ons, die zijn helemaal uit. “Daar is opa mee blijven zitten”, zeggen ze dan. Eigenlijk zijn die jonge volwassenen veel truttiger dan wij. Als ik op de academie iets wilde organiseren, dan merkte ik dat ik de ondeugende buitenstaander was. Maar ik vind dat wel leuk. Je vrijheid, die moet je koesteren. Mijn motto is: ga altijd de andere kant op dan de vaandeldrager.

De tijden zijn dus wel veranderd?
Ja, en niet in gunstige zin. Het hele sociale en psychologische klimaat is in de laatste 25 jaar echt achteruitgegaan. Men is veel angstiger, veel meer bezig met op elkaar letten, er is veel meer nationalisme en racisme, huichelachtige normen en waarden. We hebben nu een veel gevaarlijkere wereld, juist door de overdreven nadruk op veiligheid. Het heeft ook met seksualiteit te maken. Bepaalde incidenten of verschijnselen roepen dan een golf van reacties op die gevaarlijker zijn dan de incidenten zelf.

Henk Peeters

Henk Peeters bekijkt zijn kunstwerk 'Lolita-detail '

Noem eens een voorbeeld
Het eerste waar je aan denkt is natuurlijk de pedofilie. Dat onderwerp is zo goed als onbespreekbaar geworden, omdat men het automatisch met geweld in verband brengt. De angst zit er zo diep in, en dat merk je aan alle kanten, in de politiek, de rechtspraak, ook in de media en wat je de mensen zo hoort zeggen. Het is een soort heksenjacht. Ik vind dat niet goed. Je moet redelijk over zaken kunnen praten.
Maar een ander voorbeeld, waar ik meer ervaring mee heb, is prostitutie. Zodra je dat woord noemt, is de sfeer ook al verpest. Ons ideaal was om de prostitutie uit de wereld van afkeuring en uitbuiting te halen. Wij wilden normaliseren. Het principe dat er tegenover geleverde arbeid een betaling moet staan geldt in de hele samenleving, dus er is niets tegen om dat ook op seksueel gebied normaal te vinden. Maar het hele idee van ‘seks tegen betaling’ werd en wordt principieel afgekeurd en fel bestreden. Ik denk wel eens dat het dan onder de oppervlakte gaat om de bestrijding van de seks. Maar goed, hoe meer het principe afgekeurd wordt, des te meer komt de prostitutie in de onderwereld terecht.
Ik heb ook voor de Sar gewerkt, de Stichting Alternatieve Relatievorming, een mooie naam voor sekswerk ten behoeve van gehandicapten. Die club is trouwens voortgekomen uit de werkgroep ‘gehandicapten en seksualiteit’ van de NVSH. Die heeft goed werk gedaan. Het principe is dat er geen winst gemaakt wordt en dat de vergoeding binnen redelijke grenzen blijft. Op dit moment betaalt een cliënt 73 euro voor anderhalf uur. Niet echt goedkoop. Maar verder is de situatie ook niet ideaal. De dames hebben de zaak helemaal in eigen hand. Ze hebben gewoon hun eigen klantenkring en daar is dan ook verder geen pottenkijkerij bij toegestaan. Met klachten wordt dan ook te weinig gedaan.

Hoe zou je het zelf willen organiseren?
Eigenlijk vind ik de hele benadering gekunsteld. Waarom kunnen die dingen niet heel normaal in het gewone leven een plaats krijgen?
Ik was nog niet zo lang geleden aanwezig bij een discussie over deze kwestie met hulpverleners, en toen heb ik een beetje ondeugend gezegd: “Waarom doen jullie dit niet gewoon zelf?” Nou, dat was echt shocking, daar viel absoluut niet over te denken of te praten. Terwijl het in de praktijk natuurlijk zeker wel eens voorkomt. Maar ja, seks en handicap is dus ook weer zo’n onderwerp waar je niet meer normaal over kunt praten, omdat het meteen met geweld en misbruik verbonden wordt.
Het is eigenlijk allemaal weer veel ouderwetser geworden. Ik heb me een tijdje bezig gehouden met het in kaart brengen van de parenclubs en seksclubs, omdat daar ook veel vragen over kwamen. In die parenclubs is het ook een gewone ouderwetse bedoening, de vrouwen mogen gratis binnen, terwijl alleenstaande mannen extra betalen of er niet in mogen. Pure seksuele ongelijkheid. En de seksclubs zijn voor jongens met een dure auto, die kijken niet op een honderdje. Het heeft allemaal weinig te maken met vrije liefde.

Je bent toch geen mopperpot, he? Hoe zie je de toekomst?
Nee, mopperen doe ik heel weinig. Ik heb soms last van een depressie, dat is vervelend. Maar normaal gesproken leef ik en werk ik met plezier. Er is elke dag wel iets waar ik de grootste lol om kan hebben. Wat de toekomst betreft: ik denk dat er in ons deel van de wereld een proces van materiële verzadiging aan de gang is dat op een gegeven moment wel moet doodlopen. Ik denk dat er dan weer de behoefte aan iet beters zal ontstaan, waarin seksualiteit een belangrijke rol speelt. Dat kan natuurlijk nog wel even duren. Ik maak het niet meer mee.

www.henkpeeters.nl

home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek

sitemap | contact | steun de nvsh | adverteren | vacatures