sitemap | zoek
english | français | español
deutsch | русский
 

home > opinie > pornografie > de biecht

19e eeuwse  tekening van psychiater met vrouwelijke patientHoe een leraar een onschuldig meisje verleidde

Hoe gemakkelijk het een Don Juan, die de verleidingskunst verstaat, gelukken kan een in het geslachtsleven onervaren meisje ten val te brengen en welke verantwoordelijkheid en plichten de geneesheer bij zulk een gelegenheid kan hebben, blijkt uit het volgende geval. Een lief, zwartogig jong meisje van ongeveer 18 jaar, opende, na verlof, schuchter de deur der consultatiekamer van de specialist. Beschaamd en lachend neemt zij plaats en het kostte de medicus enige moeite haar aan het spreken te krijgen. Eindelijk verloor deze -een vijand van alle preutsheid- zijn geduld. Zulke schuchtere, teerhartige zielen moeten, wil men tot het gewenste doel geraken, dan ook wat krachtig aangepakt worden. Hij verzocht patiënte derhalve op tamelijk bitse toon hem toch eindelijk, zonder omhaal, het dóel van haar komst mee te delen.
'Ik kom tot u met ene voor mij zeer pijnlijke aangelegenheid' -ene bij al dergelijke patiënten zeer gebruikelijke introductie -'om uw raad en
mening in te winnen omtrent mijne verwonding!'
'Zo gij van mij hulp begeert', was diens bescheid, 'moet gij mij natuurlijk ook alles zeggen omtrent de aard, de duur en de plaats waar die verwonding is. Beschroomdheid komt hier niet te pas! De geneesheer is de biechtvader, voor wie gij geen geheimen hebt. Alzo: spreek ronduit!'
Na enig dralen begon de jeugdige schone: 'Ik ben gewond door een val. Wij -mijne vriendinnen en ik -waren overmoedig aan het stoeien en beproefden elkanders krachten. Onverwachts gleed ik uit en gevoelde toen plotseling tussen de benen, aan mijne geslachtsdelen, enige hevige pijn, en sedert die tijd -het is nu drie dagen geleden -bloed ik op die plaats en is zij bij het lopen zeer gevoelig.
Het verhaal kwam de medicus zeer onwaarschijnlijk voor en hij deed haar plaatsnemen op de gebruikelijke speculumstoel. Bij het onderzoek bleek direct dat hier een defloratie had plaatsgehad.
'Zeg mij onomwonden', sprak hij, 'Wanneer hebt gij met een man intiem verkeer gehad? Want daarvan is uwe verwonding afkomstig!
Het meisje begon te snikken en kon zich bijna niet meer kalm houden. De geneesheer liet haar tranen de vrije loop. Eindelijk richtte zij zich op en nadat de geneesheer haar tot spreken had aangezet, verhaalde zij:
'Samen met andere jonge dames volg ik ene cursus in de dramaturgie. Onze leermeester is een strenge en consciëntieuze maar ook een zeer lieve en aangename man, die wij allen zeer hoogachten.'
'Eergisteren nu, toen de andere meisjes reeds waren heengegaan en ik, met mijn leermeester nog over enig werk willende spreken, in zijn studeervertrek trad, was ik er zeer over verwonderd dat hij mij op het punt van heen te gaan krachtig tegen zich aandrukte en herhaaldelijk kuste. Ik verzette mij tegen zijn liefkozingen niet, omdat ik niets kwaads vermoedde. Een mij tot dusverre onbekend gevoel van zaligheid en geluk maakte zich van mij meester. In de mening dat zijne liefkozingen mijne talenten golden en in het bewustzijn als leerlinge mijn leermeester genoegens te doen, was ik daarop trots en gevoelde mij verheven. en voelde mij verheven.
Ik lag zalig in zijne armen. Zijne liefkozingen werden steeds heftiger, zijne kussen steeds gloeiender. Hij ging zitten en trok mij vast tegen zich aan. Ik gevoelde de warmte van zijn lichaam en viel in ene zalige bewusteloosheid.
Plotseling enige hevige, doordringende pijn! Ik schreeuwde het uit en wilde mij uit zijne armen losrukken, maar hij hield mij als in ijzeren boeien vast. Eerst na enige ogenblikken liet hij mij los. Wat hebt gij mij gedaan, mijnheer? vroeg ik hem bevende. Zijn gezicht gloeide. Hij richtte zich op, trad op mij toe, drukte een warme kus op mijn voorhoofd en zeide: 'Het is niets, ik heb u alleen een weinig verwond! Blijf bedaard, er is u niets gedaan! Ik bemin u voor eeuwig!'
Het meisje was blijkbaar uitgeput. Zij brak het verhaal van haren val onder tranen af. Haar duidelijke uiteenzetting maakte op de geneesheer een diepe indruk en hij twijfelde er dan ook volstrekt niet aan dat zij het slachtoffer was van een wellusteling en van hare ongelooflijke onervarenheid.
'Gij hebt,' zei de geneeskundige, inderdaad door het voorgevallene ene grote verwonding gekregen, welke niet meer genezen kan worden.
'Om Gods wil dokter, is het dan zo erg?'
'Ja, het is zeer ernstig. Uw leermeester mag een streng en beminnelijk leraar zijn, maar een geweten heeft hij niet, want hij heeft misbruik gemaakt van uwe jeugd en onervarenheid en heeft u voor altijd onteerd!'
'Onteerd? Wat heeft hij dan gedaan?'
'Begrijpt gij mij werkelijk niet? Gij zijt het slachtoffer geworden van een brutale, sexuele aanval. Uw leermeester, die zelf ene vrouw heeft, heeft u beroofd van uwe eerbaarheid, van uwe maagdelijkheid. Nu zijt gij geen maagd meer! Gij kunt er niet trots meer op zijn een rein, kuis meisje te zijn, want gij hebt geslachtelijk verkeer gehad met een man en die man, uw verleider, is uw leermeester!'
'Kan die wond niet meer genezen worden?'
'Genezen? Ja die wond zal wel spoedig genezen, maar dat gij met een man op schandelijke wijze geslachtelijk verkeer hebt gehad, dat kan nimmer meer goed gemaakt worden!
De Biecht

De meest voorkomende vorm van pornografie is die van de biecht, het verhaal in de ik-vorm. De kerk deed eeuwenlang ervaring op met het aanhoren, bestraffen en vergeven van zonden die voor het merendeel seksueel van aard waren. In de 17e en 18e eeuw groeide het aantal boeken met onthullingen in de ik-vorm, met als bekendste figuren Fanny Hill, Don Juan en Casanova. Vaak zat daar ook een stichtelijk element in, een waarschuwing achteraf tegen de gevaren en risico’s van het toegeven aan vleselijke lusten.
Als de pornografie rond 1900 ondergronds gaat komt er een soort pseudo-wetenschappelijke literatuur op die de traditie van de biecht voortzet in de spreekkamer van de arts. Dit is wel de medicalisering van de seksualiteit genoemd. De arts werd in de twintigste eeuw de aangewezen persoon om over het seksuele te spreken. De seks veranderde van zonde in ziekte, hoewel het verschil tussen die twee vaak niet te merken was. De bijgaande tekst is interessant omdat hier de priester zelf de patiënt is. De medische stand lijkt de strijd om de hegemonie in sexualibus gewonnen te hebben. De oplossingen van de geestelijkheid (geloof, bidden, wilskracht ) blijken niet te helpen; alleen de wetenschappelijke psychiatrie kan dat. Daarheen wordt de patiënt dan ook verwezen.

 

home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek

sitemap | contact | steun de nvsh | adverteren | vacatures