sitemap | zoek
english | français | español
deutsch | русский
 

home > opinie > pornografie > liefdesrazernij

Liefdesrazernij; 19e eeuwse tekening van hevig opgewonden vrouwIets afschuwelijkers dan ene vrouw, die aan liefdesrazernij lijdt, is er niet. De Nymphomanie, ook wel Liefdesrazernij, Mansdolheid of Vrouwelijke minnewoede genoemd, is een sexuele afdwaling van zeer eigenaardige, gevaarlijke en walgelijke soort. De woeste, ontembare lust tot sexuele genietingen is hier gestegen tot ene ongekende, ongelooflijke macht, welke alle perken van de zedelijke mensheid verre te buiten gaat, het aangeboren vrouwelijk schaamtegevoel op de meest zinneloze wijze in het aangezicht slaat en elk mannelijk wezen, dat binnen haar bereik komt, als een verdelgend vuur dreigt te vernielen.
Een geval van die aard betreft een 30-jarige vrouw, die een geneesheer consulteerde. Het duurde enige tijd eer geneesheer en patiënte elkaar begrepen, want zij bezat nog schaamtegevoel genoeg om hem dralend en telkenmale haar verhaal afbrekend, de geschiedenis van haar peilloos ongeluk mede te delen. Hare ogen dwaalden rusteloos rond en gekweld door ene voortdurende gejaagdheid was haar lichaam voortdurend in beweging. Zij kon geen ogenblik rustig blijven zitten, hare handen grepen nu eens naar de tafel, dan weder naar de stoel of naar enig deel van haar lichaam, en ook hare voeten kon zij niet stilhouden, want deze slingerden steeds heen en weer.
'Ik ben zenuwziek, verkeer altijd in vreselijke opgewondenheid en gevoel mij ongelukkig omdat ik geen uur leven kan zonder man. Heb ik geen man bij mij, dan word ik overvallen door de zucht tot zelfmoord. Zoveel ik van mannen houd, zo diep haat ik elk vrouwelijk wezen.'
'Sedert wanneer zijt gij lijdende aan die vreselijke ziekte? Waart gij ook als meisje zo wellustig? Wat bracht u tot die afschuwelijke hartstocht?'
'Tot aan mijn huwelijk kende ik geen man en leefde in het eerste jaar van onze echt dan ook gelukkig en tevreden. Na de geboorte van mijn kind ontstond eerst van lieverlede die niet te verzadigen lust. Ik gevoelde krampachtige trekkingen in mijne geslachtsdelen, een onverklaarbare prikkel, ene brandende begeerte naar geslachtelijke bevrediging. De eerste tijd kwam mijn man mij daarin tegemoet; hij meende dat ik hem meer liefde toedroeg dan vroeger. Toen hij evenwel bemerkte dat hij niet in staat was mijn zinnelijke lust te bevredigen, kreeg hij voortdurend meer tegenzin, werd hij steeds koeler, totdat ik eindelijk hem teveel werd en hij mij verliet. Hij komt zelden thuis, blijft dan slechts korte tijd, hoofdzakelijk om het kind, geeft mij slechts een weinig geld en trekt weder in den vreemde.’
De schijnbare rust, waarin de vrouw gedurende haar verhaal verkeerde, week daarna voor ene snel toenemende opgewondenheid.
'Ik word dikwerf waanzinnig van wellust', riep zij, 'en als ik die niet kan bevredigen, zou ik in staat zijn alles om mij heen te vernielen. Ik bid u, dokter, onderzoek mij!' En zonder diens antwoord af te wachten, wierp zij zich op de speculumstoel, en uit de ligging, welke zij daarbij innam, teneinde de spiegel in te laten brengen, bleek duidelijk dat zij met het een en ander volkomen bekend was. Haastig greep zij met beide handen haar beide kleine schaamlippen en hield die, snel ademhalend, van elkaar. De geraadpleegde medicus stond verstomd over zulk een woeste aanval. Het slijmvlies van de schede-ingang was hoog rood gekleurd, de kleine schaamlippen waren door onanistische manipulatiën sterk uitgezet, de vulva was gezwollen. Bij het inbrengen van het speculum ontstond ene krampachtige samentrekking en als er even een hevige pijn was, ging die snel over in het zaligste gevoel van wellust. 'Nu! Nu!!' riep de lijderes toen het speculum geheel in de schede was ingebracht. De vrouw trok zich krampachtig samen, een trilling ging door haar gehele lichaam heen en zij maakte alle bewegingen welke men bij een hartstochtelijk uitgeoefende coïtus kan opmerken. De geneesheer kon slechts met de grootste moeite het speculum verwijderen dat zij met beide handen krampachtig vasthield. Anatomisch viel niets meer te constateren dan een sterke catarrh van de vulva, opgewekt door onanie en door te veelvuldig uitgeoefende coïtus. Toen de geneesheer het speculum verwijderd had en zij moest opstaan, wierp zij een blik op hem die de hoogste wellust verraadde en wilde zij zijne hand grijpen. Deze, vervuld van de grootste afschuw van die furie, vluchtte ontdaan in een hoek.

(Leerboek der Zielsziekten van het Geslachtsleven, A. van Klaveren, Amsterdam, ca 1900)

Liefdesrazernij

Dat de vrouw sterke seksuele verlangens kent is al vanaf de oertijd bekend. De man zoekt vrouwen om bij binnen te dringen, maar de vrouw lokt van haar kant de man die zij begeert uit meerdere mogelijke partners. Rondom het lonken, uitdagen, met geuren en kleuren exhibitioneren, aantrekken, afstoten, en ten slotte de geslachtsgemeenschap - gedrag dat ook bij homocontacten en alle andere varianten hetzelfde patroon volgt - speelt niet alleen de lust maar ook de angst altijd mee. De lust is niet vrij. Het verlangen van het meisje gaat uit naar wezens die ze vreest, omdat ze bij haar willen binnendringen. Toch is dat binnendringen juist wat ze wil omdat ze zwanger wil worden, iets wat ook tegelijk angstaanjagend en begerenswaardig is.
Ziedaar het mengsel van emoties, tegenstrijdigheden, verwarring, twijfels, en vooral angsten die van oudsher als typisch vrouwelijk zijn beschouwd, en in verband gebracht zijn met het feit dat zij een baarmoeder (in het Grieks ‘hystera’) heeft. De samenleving, onder leiding van de oudere vrouwen, legt aan het meisje strenge beperkingen en eisen van fatsoen op, die haar moeten inpassen in haar natuurlijke rol van moeder. Ze moet dus seksueel gezond zijn, voldoende begeerlijk om een man te vinden, maar zonder eigen begeerte, want daarmee brengt ze de seksuele orde (die er ook voor het welzijn van de kinderen is) in gevaar. Sociale controle op het seksuele gedrag wordt door roddel, boetepreek, advies en straf uitgeoefend.
Sinds de arts/psycholoog in de negentiende eeuw de taak op zich nam de seksuele orde te handhaven, wordt de 'patiënt' ten tonele gevoerd, die in extreme vorm gedrag vertoont dat bij iedereen voorkomt maar moet worden ontmoedigd. De frigide vrouw, de mannenhaatster, de lesbo, de onvruchtbare, ze zijn even verdacht als de lichtzinnige, de prostituee, en de nymfomane.
De laatste is natuurlijk bij uitstek geschikt om tot de horrorfantasie te spreken, en speelt dan ook een belangrijke rol in de pornografie.

 

 

 

home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek

sitemap | contact | steun de nvsh | adverteren | vacatures