sitemap | zoek
english | français | español
deutsch | русский
 

home > opinie > over seksuele voorlichting > boekbespekingen > kinderen en seksualiteit

Boekbesprekingen

 

Kinderen en seksualteit

Sanderijn van der Doef en de seksuele opvoeding

Kinderen en seksualiteitDit is al het derde boekje voor opvoeders met de titel Kinderen en Seksualiteit dat ik in de afgelopen zes maanden in handen heb gekregen. Het is ook wel een lekker griezelig onderwerp in deze tijd, en schrijvers en uitgevers verwachten wellicht dat veel ouders voorgelicht willen worden.

Zoon: "Chris zegt dat mensen ook wel eens als hondjes met elkaar vrijen. Doen ze dat?"
Vader: "Ja, sommige mensen doen dat wel eens. Dan gaat de man met zijn penis niet in de vaginaopening maar in het poepgaatje van de ander. Sommige mensen vinden dat lekker. Maar niet iedereen doet het zo. Anale seks heet dat."

Dit is een voorbeeld van een gesprek tussen ouders en kinderen van13 -16 jaar in het nieuwste voorlichtingsboekje van Sanderijn van der Doef, bestemd voor ouders van kinderen tussen 0 en 18 jaar.
Het fictieve gesprek dient om te laten zien dat ouders over werkelijk alles met hun kinderen kunnen praten. Het onderwerp is volgens sommigen misschien wel veel te gewaagd, en dat geeft de schrijfster een aureool van ruimdenkendheid. Ze schuwt ze geen enkel onderwerp als het erom gaat kinderen correct voor te lichten en op te voeden. Laten we dit stukje tekst eens wat nader beschouwen.

Foutje
In de eerste plaats is de mededeling onjuist. Anale seks is niet hetzelfde als 'het op zijn hondjes doen'. Ineens realiseer ik me dat Nederlands meest prominente voorlichtster dat kennelijk niet weet. Is het gebrek aan kennis of ervaring dat zij deze twee zaken door elkaar haalt? Het is op zich natuurlijk maar een klein foutje en ik zou er ook geen punt van maken, als ik niet zoveel kritiek zou hebben op het hele boekje.
De naam Sanderijn van der Doef is op dit moment in Nederland synoniem met seksuele voorlichting. Zij behoort tot de ‘deskundigen’ op het gebied van de seks, die geraadpleegd worden door de media, die aanwezig zijn bij conferenties en uitgenodigd worden voor spreekbeurten. Ze is een begrip in de wereld van personen en organisaties die zich bezighouden met soa, anticonceptie, seksuologie en gezondheidsvoorlichting, waaronder het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) in Utrecht, waar Van de Doef werkt sinds haar vertrek bij de Rutgers Stichting toen die opgeheven werd.
De wereld van ‘deskundigen’ waar de schrijfster toe behoort, draagt het seksuele vertoog van onze tijd uit. Er doen zich tussen personen uiteraard kleine meningsverschillen voor, maar over de grote lijnen heerst brede overeenstemming.

Verzonnen
Dit brengt mij op een tweede punt van kritiek. Het boven aangehaalde gesprek is uiteraard verzonnen. In een soort modelbeeld van het goede burgergezin wisselen vader en zoon op rationele wijze met elkaar informatie uit. Let op de manier waarop het onderwerp wordt geïntroduceerd: de zoon heeft van een vriendje gehoord over 'het als hondjes doen'. Daarmee wordt de seks symbolisch buiten het gezin geplaatst. Het (‘goede’) gezin wordt bevestigd als seksloze veilige wereld, waar vreemde en problematische zaken alleen van buiten binnenkomen. Vader praat er tolerant over, maar doet het onderwerp ook af.
Heikel
Bij andere, heikele, kwesties zoals prostitutie en pornografie wordt het heersende morele kader al iets duidelijker:

Vader: "Ik las laatst in de krant dat er in Denemarken een wet is aangenomen waarin bepaald is dat niet de prostituee strafbaar is, maar degene die van de diensten van de prostituee gebruikmaakt."
Zoon : "Je bedoelt hoerenlopers, pap. Dat zijn toch gestoorde mensen?"
Moeder : "Dat hoeven niet altijd gestoorde mensen te zijn. Waarom vind je dat?"
Zoon : "Wie gaat er nou betalen voor seks met een vreemde vrouw?"
Dochter: "Bovendien zijn hoeren zelf ook gestoord. Wie wil er nou seks hebben met een heleboel mannen die je niet kent?"
Moeder : "Je moet niet meteen zo negatief oordelen. Bijna alle hoeren doen het werk niet voor hun plezier, maar vaak omdat ze ertoe gedwongen worden of omdat ze verslaafd zijn en op deze manier snel aan geld kunnen komen. Ik vind het heel erg voor een vrouw als ze uiteindelijk moet besluiten om haar lichaam te verkopen en seks moet hebben zonder dat er sprake is van enige liefde. Daarvoor vind ik seks te bijzonder. Dat kun je beter bewaren voor iemand om wie je geeft of van wie je houdt."
Vader : "Prostitutie kun je verwerpen, maar je kunt het ook zien als een uitlaatklep voor mannen die zonder prostituees misschien wel een vrouw zouden verkrachten of zoiets. Soms hebben mannen zo'n gestoorde jeugd gehad waarin ze niet geleerd hebben dat seks en liefde samengaan of waarin ze op seksueel gebied misschien heel nare dingen hebben meegemaakt zodat ze geen liefde kunnen geven of ontvangen van een vrouw. In die gevallen mogen we misschien wel blij zijn voor die mannen dat ze tenminste nog naar een prostituee kunnen.”
Zoon : "Maar vind je het dan goed dat er hoeren bestaan?”
Vader: "In sommige situaties en voor sommige mannen vind ik het goed dat ze bestaan. Maar eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen dat je als man naar een hoer gaat omdat ik vind dat je een vrouw nooit zo mag behandelen. Wat vind jij?"

En zo eindigt dan dit fictieve gesprek over prostitutie (dat overigens begint met weer zo'n slordigheid: niet in Denemarken, maar in Zweden is hoerenlopen strafbaar gesteld). Het moge duidelijk zijn dat wat zich hier afspeelt in het hoofd van de schrijfster weinig te maken heeft met het verlangen om zaken te begrijpen of daar informatie over te verstrekken. Het is in de eerste plaats een interne worsteling tussen goed en kwaad, die zich vertaalt in namaakgesprekken van namaakmensen. Het gaat kennelijk maar om één vraag: wat is de correcte manier van denken? Dat mag niet hardop gezegd worden, want de mythe dat iedereen verschillend is en dat wij vrijheid van meningsuiting hebben moet overeind blijven. De schrijfster vindt zichzelf (net als de moeder in het gesprek) waarschijnlijk tamelijk genuanceerd denken in vergelijking met de domme agressiviteit van de kinderen en wil dus ook best de indruk wekken dat zij er zelf ook niet helemaal uit is. Daarom eindigt het gesprek ook met de vraag 'Wat vind jij?' Ze laat de discussie als het ware open en geeft ruimte aan andere opvattingen. Maar omdat die helemaal niet genoemd worden, is het gesprek daarover ook onder de salontafel verdwenen. Zo gaat dat in de werkelijkheid ook: alles mag gezegd worden als het maar niet buiten de orde is.

Foucault
De Franse filosoof Michel Foucault schrijft in De wil tot weten, dat seksuologen en seksuele voorlichters de seksualiteit bespreekbaar zeggen te willen maken. Ze geloven in de mythe dat er ‘vroeger’ niet over gesproken werd. Ze geven graag af op de ‘Victoriaanse’ preutsheid en zien zichzelf als verlichte en verstandige, open en progressieve helden van het woord. Praten, praten is hun devies. Maar wat ze daarmee in feite doen is hun eigen victorianisme uitdragen. “Ze zijn functionaris, en hun eigenlijke taak is disciplinering, controle en surveillance van het denken.”
Wie de geschiedenis van de seksuele educatie kent weet dat een deel van de voorlichting wel degelijk bevrijdend werkt. Maar het is een feit dat dat maar een heel klein gedeelte is.

Keuzetest
Een van de manieren waarop voorlichters zichzelf en anderen het idee geven dat ze vrij kiezende individuele personen zijn, terwijl ze in feite het heersende vertoog reproduceren, is de populaire ‘keuzetest’. Die ontbreekt in geen enkel damesblad en ook in dit boekje staan er een paar. Ik kies er een uit, een hele pagina vol uitspraken, die Van der Doef 'waarden' noemt.
Ik nodig de lezers van Sekstant uit om deze test eens te doen:

Zijn dit nu ‘waarden’? Het lijken mij eerder geboden (‘wees eerlijk tegen elkaar’), vermaningen (‘nee is nee’), open deuren (‘seks is iets waar je van kunt genieten’), opdrachten (‘leer je eigen lichaam kennen’), overpeinzingen (‘intimiteit is soms belangrijker in een relatie dan seks’), onlogische beweringen (‘masturberen is niet slecht of zondig, veel mensen doen het’) of paradoxale opdrachten (‘sta achter je eigen opvatting en mening’). Het is vast niet de bedoeling dat de lezer op de gedachte komt om het met de gegeven waarden echt oneens te zijn, en daarin te volharden. Stel je voor dat iemand zou vinden dat nee helemaal geen nee is, dat je juist niet eerlijk moet zijn, dat masturbatie slecht en zondig is, en dat seks pas leuk is als de ander niet wil, enzovoort. Deze tegendraadsheid is ten aanzien van alle genoemde ‘waarden’ mogelijk. Daarmee wordt dan duidelijk dat de voorlichtster wel degelijk een oordeel geeft. Dat gebeurt echter indirect door dit soort uitspraken, die haarzelf en misschien wel heel wat andere mensen op een of andere vage manier kennelijk wel goed in de mond liggen en in de oren klinken, maar waar niets dan nare lucht van overblijft als je er een echte test op doet.
Dit vage machtskarakter van een bezwerend soort taalgebruik hangt ook samen met met de behoefte aan ‘praten’ :

Je kunt met je kind op een heleboel manieren communiceren, maar als het om seks gaat, is praten de beste manier. Praten over seksualiteit is het duidelijkst voor een kind, je kunt uitleggen wat je bedoelt en verschillende woorden gebruiken. Door met je kind te praten heb je werkelijk contact met hem of haar. Je géeft niet alleen informatie, maar tijdens een gesprek kríjg je ook veel informatie. Je kind vertelt je (zelfs als hij niet veel vertelt) hoe hij over dit onderwerp denkt, maar ook hoeveel hij zelf al weet of niet weet. Praten is dus ook een manier om meer over je kind te weten te komen. Zelfs al is een gesprek moeilijk of duurt het maar kort, toch is het beter dan geen gesprek.

Vast en zeker goed bedoeld, zou je zeggen, maar kijk eens waar dat ‘praten’ toe dient. Controle, disciplinering, het doorgeven van vooroordelen en taboes, waar dus juist niet over gesproken (nagedacht) mag worden.
Neem bijvoorbeeld de test ‘Hoe goed ken jij je kind?’ Wedden dat iedereen weet hoe je daar een 10 voor kunt halen?

Welke waarden en normen over relaties en seksualiteit wil jij je kind meegeven?
Hieronder vind je een hele lijst met verschillende waarden die met seksualiteit en relaties te maken hebben. Met sommige ben je het eens, met andere niet. Dat is afhankelijk van je eigen opvoeding, je leeftijd, je culturele achtergrond of je religie. Elk gezin ontwikkelt zijn eigen gezinswaarden, die kunnen verschillen van de waarden van andere gezinnen. Daarom geven wij geen oordeel aan elk van de genoemde waarden. Wel is het belangrijk om voor jezelf en je gezin duidelijk te maken wat wel en niet belangrijk is met betrekking tot relaties en seksualiteit.

  1. Vertelt je kind je alles?
    a. Ja b. Soms c. Nee

  2. Merk je aan je kind als hij niet gelukkig is?
    a Ja b. Soms c. Nee

  3. Praat je wel eens met je kind over relaties en seksualiteit?
    a. Ja b. Nooit

  4. Wat weet je kind al over seksualiteit?
    a. Minimaal alles wat ik verteld heb b. Ik zou het niet weten

  5. Als er problemen met je kind zijn op het gebied van seksualiteit, weet je dan waar je hulp kunt vragen?
    a. Ja b. Nee

  6. Weet je met welke vrienden en vriendinnen je kind omgaat?
    a. Ja dat weet ik precies b. Ik weet er een paar, maar niet allemaal c. Nee, dat weet ik echt niet

  7. Weet je of er op school seksuele voorlichting gegeven wordt?
    Ja, dat weet ik b. Nee, dat weet ik niet

  8. Weet je kind waar hij hulp kan vragen over seksualiteit?
    a. Ja, daar heb ik over gepraat b. Nee, daar praat ik niet over

  9. Heb je voorlichtingsboeken voor je kind in huis?
    a. Ja b. Nee

  10. Weet je wat de mening is van je kind over onderwerpen als ongewenste zwangerschap, voorbehoedsmiddelen, tiener ouders?
    a. Ja, daar hebben we over gesproken b. Nee, daar is mijn kind nog te jong voor c. Nee, ik zou niet weten hoe mijn kind daarover denkt

Doofpot
Het meest opvallende van het gebod tot ‘praten’ is dus eigenlijk dat wat echt belangrijk is in de doofpot wordt gestopt.
De combinatie ‘kinderen’ en ‘seksualiteit’ is een explosief mengsel waarover al tientallen jaren geen redelijk woord meer gezegd kanworden, omdat het bij iedereen onmiddellijk alarmbellen in werking stelt. Het liefst blijft de vraag of kinderen aan seks doen onbesproken, en breekt er beheerste ontsteltenis uit als ze ‘betrapt’ worden.
Vooral moeders zijn erop ingesteld om de eventuele seksuele gedragingen van hun kroost in de gaten te houden en ze te bestraffen of in ieder geval te laten merken dat dit of dat niet ‘hoort’.
Even leek het erop dat in ieder geval het doktertje spelen een onschuldig tijdverdrijf was, omdat het uitgelegd kon worden als een uiting van niet-seksuele nieuwsgierigheid. Maar zelfs die tijd is voorbij. Seksspelletjes zijn

‘...in bijna alle gevallen een onderdeel van de seksuele ontwikkeling. Het betekent overigens niet dat je dit gedrag als ouder altijd moet accepteren....Zodra de volgende aspecten een rol gaan spelen, mag je je zorgen maken en het spelletje onmiddellijk stoppen: als de leeftijden van de kinderen meer dan twee jaar verschillen, als er dwang in het spel is en als er van geweld of verwonding sprake is'.

Dwang en geweld worden kennelijk automatisch met leeftijdsverschil op een lijn gesteld.

Moet ik ook positieve dingen van dit boekje zeggen? Dat de ‘feitelijke’ informatie over bouw en functie van de geslachtsorganen, voorbehoedsmiddelen en soa redelijk klopt? Of dat de levensfasen van het kind duidelijk worden uitgelegd volgens het gangbare model? Of dat er af en toe naar wetenschappelijk onderzoek of inzicht wordt verwezen?
En er zijn vast ouders zijn die dit boekje fijn vinden omdat het hen houvast geeft. Misschien.
Maar voor mij blijft de vraag waarom voorlichting meestal zo gebukt moet gaan onder moralisme, en vaak zo’n laag niveau heeft, terwijl het doel zo hoog is. Of is er voor iets anders geen markt?

Manuella de Rijke

 

home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek

sitemap | contact | steun de nvsh | adverteren | vacatures