![]() |
De meest uitgebreide en enige onafhankelijke site over seksualiteit |
english | français | español deutsch | русский |
|
||||||||||||
home > opinie >over seksuele voorlichting >zaadcellen in voorvocht

Tekening Lex Dirkse
Een van de vaste onderwerpen van de gangbare seksuele voorlichting is het waarschuwen tegen
‘terugtrekken’ als methode om bevruchting te voorkomen. Het
argument daarbij is dat zich in het voorvocht van de man levende zaadcellen
bevinden. Als je echter op zoek gaat naar wetenschappelijk onderzoek waaruit dat zou
blijken, vind je weinig tot niets.
Het enige onderzoek dat er wel naar bestaat wijst juist
vooral op het tegenovergestelde. Er zijn in voorvocht in ieder geval niet
voldoende zaadcellen aanwezig om tot bevruchting te leiden.
We hebben voor de zekerheid nog even rondgevraagd.
Prof. dr. Eric Meuleman, uroloog/seksuoloog aan de VU in Amsterdam en dr. John
Heesakkers, uroloog aan het St Raboud ziekenhuis in Nijmegen, geven allebei te
kennen dat het verhaal over de zaadcellen in voorvocht als bangmakerij kan
worden bijgezet.
Kliertjes van Cowper
Er is ook geen reden om te veronderstellen dat er levende zaadcellen in
voorvocht zitten.
Vóór het orgasme blijft de prostaat
hermetisch afgesloten. Het voorvocht komt voorbij de prostaat vanuit de
kliertjes van Cowper in de pisbuis. Het kan dus ook niets vanuit de prostaat
meenemen.
Zaadcellen (die in de bijballen klaar liggen) komen pas bij het ejaculeren,
direct na het orgasme van de jongen, met het door de prostaat en de
zaadblaasjes geproduceerde zaadvocht in de pisbuis en komt het vervolgens in
schokjes naar buiten.
Als iemand binnen korte tijd tweemaal klaarkomt is het wel mogelijk om in
voorvocht zaadcellen te vinden. Er blijven na de eerste ejaculatie wel levende
zaadcellen achter in de pisbuis. Dus als er kort na een zaadlozing opnieuw
voorvocht wordt geproduceerd, vermengt zich dat in de pisbuis met nog aanwezige
zaadcellen. De vraag is of deze voldoende in aantal zijn om bevruchting te
veroorzaken, maar uit voorzorg wordt men geadviseerd om tussen twee
zaadlozingen te plassen, waardoor aanwezige zaadcellen uit de pisbuis geloosd
worden.
Terugtrekken is een veel gebruikte methode
Uit de praktijk is de conclusie te trekken dat terugtrekken behoorlijk
betrouwbaar is, en dat de betrouwbaarheid die van de pil evenaart als hij
gecombineerd wordt met het letten op de vijf of zes 'onveilige dagen' van de
maand.
Uit Amerikaans onderzoek uit 1991 kwam naar voren en dat er ongeveer 40 miljoen
echtparen gebruikmaakten van terugtrekken als anticonceptiemethode. Ter
vergelijking: er waren 65 miljoen pilgebruikers, 30 miljoen pasten periodieke
onthouding toe, 8 miljoen kregen een injectie (depot). Ook in Europa was het
aantal echtparen dat alleen terugtrekken toepaste relatieve hoog: 22% in
Spanje, 36% in Italië, 60% in Bulgarije.
Bezwaren tegen terugtrekken
Bezwaren die tegen terugtrekken worden gemaakt zijn:
Deze bezwaren zijn deels terecht.
Voordat men tot geslachtsgemeenschap
overgaat, moet er over deze zaken duidelijkheid bestaan. Terugtrekken vereist
enige ervaring met het timen van het orgasme, ook dat van haar.
Terugtrekken is dus niet voor iedereen en voor elke situatie geschikt en het is
goed dat er andere manieren zijn om bevruchting te voorkomen.
Betrouwbaarheid van terugtrekken
Zoals bij alle anticonceptiemethoden moeten we onderscheid maken tussen de
inherente betrouwbaarheid en de gebruikersbetrouwbaarheid. Een condoom kan op zich betrouwbaar zijn,
maar als men het niet goed plaatst, door ruw vrijen verliest of kapotmaakt, dan
wordt het middel minder betrouwbaar. Een middel dat in het gebruik niet
acceptabel is zal in het algemeen ook minder veilig genoemd worden. Voor
verstrooide vrouwelijke professoren is de pil erg onbetrouwbaar, omdat ze hem
steeds vergeten. Zo is de onbetrouwbaarheid van het terugtrekken vooral toe te
schrijven aan het niet of niet goed of niet op tijd terugtrekken.
Literatuur
Rogow D, Horowitz S. Withdrawal: a review of the literature and an agenda
for
research. Studies in Family Planning, 1995;26 (3):140-53.
Dit is nog steeds de bron voor informatie over terugtrekken. Het is een
overzicht van de literatuur en een voorstel voor onderzoek.
Pudney J, Oneta M, Maer K, et al. Pre-ejaculatory fluid as potential vector
for sexual transmission of HIV-1. Lancet, 1992.
Dit onderzoek vond wel kleine klontjes spermacellen bij 5 van de 15 onderzochte
mannen, maar die cellen waren niet actief.
Ilaria G, Jacobs JL, Polsky B, et al. Detection of HIV-1 DNA sequences in
pre-ejaculatory fluid, Lancet,1992.
Dit is een onderzoek uit 1992, waarbij geen zaadcellen werden aangetroffen in
voorvocht.
Meer weten?
Lees het boek De kunst van het vrije(n) en er gaat
een wereld voor je open!
Uitgegeven door de NVSH 2007, isbn 978-90-6050-094-1. Te bestellen bij de
boekhandel of bij Bol
Zie ook seksuele informatie > anticonceptie
> terugtrekken
home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek
sitemap | contact | steun de nvsh | adverteren | vacatures