sitemap | zoek
english | français | español
deutsch | русский
 
 
   

home > seksuele informatie > soa > toename soa

Toename soa

Soa en etnische minderheden

Volgens het expertisecentrum heerst er onder etnische minderheden nog altijd veel stigma en taboe rond seksueel over draagbare aandoeningen en aids. De conferentie had als doel de samenwerking tussen verschillende organisaties te vergroten. Ook werd het rapport CARE2TALK ABOUT SEX?! gepresenteerd, een studie naar de 'seksuele gezondheid' van mensen met hiv die tot een etnische minderheid behoren.

Uit het persbericht:
"Over samenwerken is veel gesproken (ic afgelopen jaren, maar concrete actie en resultaten ontbreken tot nog toe", zei Iris Shiripinda, programmaleider Etnische Minderfieden van Soa Aids Nederland. "Terwijl 35.9°o van alle nieuwe Hiv-infecties mannen uit zuidelijk Afrika betreft. En van de vrouwen met hiv in Nederland is 49°o uit die regio afkomstig. Als je bedenkt dat 11% van de Nederlandse bevolking migrant is, dan kun je stellen dat liet aantal hiv-infecties onder etnisclie minderheden relatief hoog is".

Meer dan 20 sprekers schetsten hoe de soa-en aidsbestrijding onder etnische minderheden er op dit moment voor staat. Onder hen prof. Marv N. Lar, ambassadeur van Nigeria. Zij hield een lezing over Afrikaanse leiders en hun opvattingen.
Hans Rijkhout, van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) sprak over de hulp die gegeven zou moeten worden aan hiv-positieven die naar hun eigen land willen terugkeren. Meer specifiek leidde Joost Bosland van '26.000 gezichten' een workshop over de vraag of het succesvolle herkomstland-beleid van de Nederlandse overheid uitgebreid kan worden in het geval iemand hiv-geïnfecteerd is. Cor Ofman van de Diaconie in Amsterdam presenteerde een kerkelijk project voor 'illegale hiv-positieven'. Dit unieke voorbeeld van zorg voor illegalen verdient volgens Soa Aids Nederland navolging in andere steden. Daarnaast presenteerde Soa Aids Nederland CARE2TALK ABOUT SEX?!, een studie naar de seksuele gezondheid van mensen met hiv afkomstig uit een etnische minderheid en wonend in Nederland. Een goede seksuele gezondheid betekent een leuker leven. En dat lijkt vervolgens therapietrouw bij het slikken van aidsremmers te bevorderen. Mensen met een goede seksuele gezondheid voelen zich beter en vrijen over het algemeen veiliger. Een studie onder etnische min derheden was nodig omdat hun situatie in veel opzichten verschilt en vaak slechter is dan die van andere groepen met hiv in Nederland. Om deze groepen beter te bereiken pleit de studie onder meer voor een 'protocol verpleegkundige ondersteuning bij seksuele gezondheid van mensen met hiv'. In 2006 is Soa Aids Nederland een nieuw landelijk programma soa/hiv/aids-bestrijding etnische minderheden gestart. Dit programma bouwt voort op bestaande expertise, materialen en methodieken die hun meerwaarde bewezen hebben. De jaarlijkse Conferentie Etnische Minderheden vond deze keer in Amsterdam plaats. Soa Aids Nederland is van plan om deze werkbijeenkomsten ook elders in het land te organiseren.

Het aantal besmettingen met seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) is de laatste jaren weer stijgende (hoewel de cijfers in sommige kranten, zoals altijd, worden overdreven). Opvallend is dat de toename van soa (geslachtsziekten) ook in westerse landen plaatsvindt. De conclusie die algemeen wordt getrokken is dat jongeren niet veilig genoeg vrijen. En dat terwijl miljoenen zijn uitgegeven aan campagnes voor veilig vrijen. En bovendien voldoen die campagnes, althans in Nederland, aan bepaalde moderne eisen die aan voorlichting worden gesteld. Die eisen zijn: duidelijke informatie, niet-moralistisch taalgebruik, stimuleren van positief gedrag en een positief zelfbeeld van de jongere, eigentijdse vormgeving. Iedereen kent de slogan: 'Ik vrij veilig of ik vrij niet', waarbij met name aan het beeld van zelfstandigheid van meisjes wordt geappelleerd.

Positief effect soa campagnes
Hebben die campagnes nu effect gehad of niet? Ja en nee. Ja, omdat er inderdaad door grote groepen mensen veiliger geneukt wordt (we gebruiken dit woord hier expres, zie ook verderop), wat blijkt uit de aanzienlijke verkoop van condooms en de toegenomen seksuele activiteit. Als de campagnes er niet waren geweest, zo veronderstellen we, zou het aantal gevallen veel groter geweest zijn.
In de ogen van sommigen is deze veronderstelling niet juist. Zij stellen dat de campagnes juist mede oorzaak zijn van de toename van Soa: Ik vrij veilig postergeslachtsziekten. In de campagnes wordt namelijk het hebben van seks (sex) voor het huwelijk als normaal voorgesteld. Daardoor neigenjongeren ertoe aan seks (sex) te doen hoewel ze daar eigenlijk nog niet aan toe zijn. Deze zienswijze komt uit de orthodox-religieuze hoek, waar men seks (sex) voor het huwelijk afkeurt. Helaas is de theorie van onthouding voor het huwelijk (waar overigens veel steun voor is bij de jonge jongeren) in onze wereld nog minder succesvol in de strijd tegen soa dan de voorlichtingscampagnes. Dit valt aan te tonen door culturen met elkaar te vergelijken.

Negatief effect soa campagnes
Nee, de campagnes hebben ook geen effect gehad, omdat ze op zichzelf staan, dus los van andere seksuele informatie, zoals die over vrijen. Vrijen is voor veel jongeren geen vanzelfsprekende vaardigheid. Daardoor komen ze eerder tot ongecontroleerde geslachtsgemeenschap. De campagnes gebruiken wel het woord 'vrijen', maar verstaan daaronder eigenlijk geslachtsgemeenschap of seks (sex) (neuken). Door het vrijen verder onbesproken te laten, versterken de campagnes dus het onduidelijke gevoel dat al volop bij de doelgroep aanwezig is. Van nature is die al min of meer geprogrammeerd tot geslachtsgemeenschap, die tegelijk begeerlijk, mysterieus en angstaanjagend is. De geslachtsgemeenschap wordt niet gepland (dat strookt ook niet met de heftige emotionaliteit van een romantische relatie) en zo komt het er dan 'als vanzelf' van.
Soa; recente soa posterDe campagnes hebben nog een kenmerk waardoor ze wellicht minder effect sorteren dan zou kunnen, namelijk dat ze ondanks de schijn van het tegendeel een aantal moralistische trekjes behouden. De doelgroep wordt bijvoorbeeld voorgehouden dat er een verband bestaat tussenpromiscuïteit en soa, een idee dat zijn oorsprong vindt in de gedachte dat ziekten straffen voor zonde zijn. Door de monogame relatie te propaganderen, wordt het bovenbeschreven gedrag van jongeren versterkt, omdat dat immers ook samenhangt met de sfeer van angst, gevaar, ziekten die met 'seks' samengaan.
Een heel andere factor is dat jongeren nu eenmaal geneigd zijn adviezen van ouderen in de wind te slaan. Een aantal van hen zal zeker extra risicogedrag vertonen, zoals ze ook op andere terreinen doen.
Tot slot wil de NVSH wijzen op een algemene verslechtering van het seksuele klimaat, die na de jaren zeventig is ingezet. De seksuele voorlichting heeft daaronder geleden. Een standaard voorlichtingsboek als 'Jongen en meisje/man en vrouw' verdween bijvoorbeeld uit de handel. De zedenpaniek rond het onderwerp 'kinderen en seks' heeft de voorlichting en vorming van kinderen en jongeren ook geen goed gedaan. Door de associatie van seks (sex) met geweld in de cultuur is er veel agressie bijgekomen en tolerantie van seks (sex) verdwenen. Dit heeft ook een algemeen negatief effect op preventie.
Kort samengevat: voor een verbetering van de situatie met betrekking tot de preventie van soa moet de seksuele voorlichting en vorming veel positiever en systematischer vorm krijgen in onderwijs en opvoeding. Op dit moment zijn de condities daarvoor niet zo gunstig. De NVSH blijft nodig!

TIP!
Lees ook seksuele voorlichting, hoe moet dat?

Lees ook :
www.rivm.nl

 

 

home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek

sitemap | contact | steun de nvsh | adverteren | vacatures