sitemap | zoek
english | français | español
deutsch | русский
 

home > seks & samenleving > seksuele varianten > pedofilie > barbertje moet hangen (2)

Pedofilie

 

Barbertje moet hangen (2)

Psychiaters en psychologen beïnvloeden de rechtsgang en dus het leven van verdachten in zedenzaken

Frans Gieles

 

De procedure
Tegenwoordig wordt in alle zedenzaken een gedragsdeskundig advies gevraagd. Wie hiermee instemt, krijgt naast de reclasseringsmedewerker een psycholoog en psychiater op bezoek. Men wordt gevraagd het eigen verhaal te vertellen over het eigen handelen. Doet men dit, dan wordt er stil geluisterd en opgeschreven. Men schrikt enorm als men later het rapport en advies leest. Het eigen verhaal is afgekeurd als cognitieve dwaling, de verteller is gestoord verklaard en het ‘handelen op grond van motieven’ is veranderd in ‘gedrag veroorzaakt door factoren’. De kans op recidive wordt steevast hoog geschat, dus er wordt standaard behandeling geadviseerd. Het soort behandeling is ook standaard, namelijk die binnen het cognitief-gedragsmatige model, bij voorkeur in een gesloten setting.

De reclassering
Aan het advies van de psychiater en psycholoog wordt een advies van de reclassering toegevoegd.
De reclassering is verantwoordelijk voor het latere toezicht. Men acht zich dan ook verantwoordelijk voor eventuele recidive, men is althans bang daarvoor ter verantwoording geroepen te worden, dus neemt men het zekere voor het onzekere. In plaats van te “re-classeren” ofwel de verdachte te helpen weer in de maatschappij te leven, houdt men hem bij voorkeur zo lang mogelijk uit de maatschappij weg.
Vaak wordt al voor de rechtszitting een behandelplaats gezocht. Dit gebeurt door de reclassering en met behulp van het dossier waarover nog geen uitspraak is gedaan. Menig ambulant behandelingsinstituut neemt dan het dossier als feit aan, neemt de diagnose en de inschatting van het recidivegevaar voor waar aan, wil zijn handen niet branden en zegt “nee”. Ook hier wil men niet later verantwoordelijk gesteld worden voor recidive. Bij de zitting wordt dan ingebracht dat er geen ambulante behandeling mogelijk is, dus dat gesloten behandeling de enige mogelijkheid is.

De rechtszitting
Een advocaat mag geen getuigen oproepen, alleen de rechter en het OM mogen dit. De advocaat kan het hun alleen beleefd verzoeken. In een van de zaken wilde een moeder van betrokken kinderen getuigen door een meer realistisch en meer positief beeld van de verdachte te geven. Zij was hiertoe al aanwezig. De rechtbank en het OM weigerden dit: zij hadden immers als een door deskundigen opgesteld beeld en dit was genoeg. In dezelfde zaak haalde een latere contra-expertise dat ‘deskundige’ beeld genadeloos onderuit.
Vaak worden de deskundigen opgeroepen om hun advies toe te lichten. Vooral dan blijkt hun macht. Zo’n getuigenverhoor kan heel wat langer dan een uur duren en volkomen over het hoofd van de verdachte heen gaan. Voor zover hij hiertoe al in staat zou zijn, heeft hij niets meer in te brengen: zijn verhaal is vervangen door de interpretatie van de deskundigen.
Ik heb een deskundige onder ede horen verklaren dat de kans op herhaling honderd procent is – iets wat principieel bij een mens onmogelijk is en wat wel heel erg afwijkt van de bekende statistische gegevens. Kent men deze gegevens niet? Ook heb ik deskundigen onder ede ter plekke hun advies horen veranderen, in een geval van ‘geen tbs’ in “tbs met dwang’, een cruciaal verschil, zonder enig nader onderzoek, overleg of gedegen onderbouwing. Men beroept zich op ‘ervaring’ of zelfs ‘expertise’. Men is immers ‘deskundig, zeer deskundig’, om Bullens te citeren.

Over plaatjes
Een serie rechtszaken over kinderpornografie bracht merkwaardige zaken aan het licht. Het begint al bij de huiszoeking en het persbericht daarover. ‘De politie trof duizenden bestanden aan’, staat er dan in de krant. De krant vermeldt niet dat er nog geen van die bestanden is gezien, laat staan beoordeeld. Een beetje computer bevat uit zichzelf al enkele duizenden bestanden en iedereen heeft wel wat cd’s met muziek.
Dan worden de bestanden door de politie bekeken en beoordeeld, op grond van door het OM opgestelde criteria. Dat hier sprake is van willekeur, blijkt wel uit het feit dat een bepaalde film door de ene agent als illegaal in beslag werd genomen, terwijl een exacte kopie ervan door een andere agent als legaal werd teruggegeven.
Het wettelijke criterium is dat er ‘een seksuele handeling’ is afgebeeld. Dit heeft de wetgever bedoeld. Maar de instructies van het OM rekenen ook het aannemen van een pose en een ‘onnatuurlijke omgeving’ als seksuele handelingen, ook als de kinderen gekleed zijn.
Dan gaat men aantallen opgeven. Van een serie van tien of meer plaatjes waarvan er één illegaal wordt beschouwd, noteert men de gehele serie als illegaal. Dit scheelt dus al gauw een factor tien of meer in de opgegeven aantallen. Des te meer als men een gehele verzameling, cd of harde schijf als illegaal bestempelt omdat er illegale bestanden op staan. Zo komen die hoge aantallen in het nieuws.
Dan volgt de rechtszitting. Het blijkt gebruikelijk te zijn om, ongeacht het aantal verdachte bestanden, er vijf te beschrijven en desgevraagd te vertonen, zodat de rechter ze zelf kan zien. Voor het overige neemt men genoegen met de op ambtseed afgelegde verklaring dat ‘de rest van hetzelfde kaliber is’. Zo kan men veroordeeld worden voor afbeeldingen die door geen rechter gezien zijn. Het is de politie en het OM die hier oordelen, terwijl Vrouwe Justitia haar blinddoek omhoudt. Protest van advocaten mocht hier niet baten. Het is immers de overtuiging van de rechter die doorslaggevend is; de rechter kan zich laten overtuigen door de op ambtseed uitgebrachte rapportage. Maar er speelt hier meer dan een juridisch steekspel. Het is beter te begrijpen als een ideologisch steekspel.

Narratieve dwang
Het verhaal van de verdachte over zijn handelen is afgekeurd en vervangen door het verhaal van de gedragsdeskundigen. Het eigen verhaal dient vervolgens veranderd te worden in het gewenste verhaal. Dit heet ‘behandeling’. Ik noem het ‘narratieve dwang’. (Narratio betekent ‘verhaal’.) Het is de dwang om voortaan het juiste verhaal te vertellen, dat van ‘dader en slachtoffer’ – niks ‘vriendschap’ of ‘liefde’, dat zijn denkfouten. In de fase van de diagnostiek begint dit conflict en deze herformulering van wat de verdachte vertelt.
Wat we hier zien is niet een klinische inschatting van de mate van geestelijke gezondheid, maar een ideologische inschatting van de mate van politieke correctheid. De inschatters volgen niet het klinische model maar het ideologische, overtuigd als zij zijn van hun eigen gelijk.

Rotsvaste overtuigingen
Het persoonlijkheidsonderzoek, de rapportage en de adviezen zijn gebaseerd op drie rotsvaste overtuigingen.
Een: ‘De recidive is altijd hoog’.
Dit is niet waar. Het algemene gemiddelde percentage (recidive) ligt tegenwoordig tussen de 60 en 70 procent. Dat van zedendelinquenten ligt onder de 15 procent – indien behandeld tussen de 3 en 10 procent, dus een factor tien lager dan het algemene percentage. In de rechtszalen horen we echter steevast dat ‘het algemeen bekend is dat het recidivegevaar in dit soort gevallen erg hoog is’. Leest men zijn vakliteratuur niet? Of men wil het gewoon niet weten omdat het niet past in de ideologie?
Twee: ‘Dit gevoel, pedofilie, is een ernstige stoornis’.
Volgens de DSM (het internationale handboek voor psychische stoornissen) verwijzen alleen recente daden of obsessieve gevoelens waar men last van heeft naar een stoornis, niet gevoelens op zich. Gevoelens waar men geen last van heeft en waar men in de laatste zes maanden niets mee gedaan heeft, verwijzen niet naar een stoornis zegt de DSM. Desondanks geldt tegenwoordig egosyntone pedofilie, dit wil zeggen dat men de gevoelens vindt passen bij de eigen persoon en er geen hinder van heeft, standaard als een zeer ernstige persoonlijkheidsstoornis, hoe psychisch gezond of normaal men verder ook is. Ook hier zien we dus niet het klinische denken in termen van geestelijke gezondheid, maar het ideologische denken in termen van politieke correctheid in werking. In elke rechtszaak hoorden wij weer dat ‘meneer een ernstige stoornis heeft’.
Drie: ‘Er is altijd schade’.
Ook dit is niet waar. Er kan schade zijn, maar naar gedegen onderzoek van Rind en zijn team: in vier procent van de gevallen blijvende schade, en wel bij meisjes in gevallen van afgedongen seksuele ervaringen, doorgaans door vaders. Vier procent is nog altijd vier te veel, maar bij mijn weten toch geen honderd. Men verwart veelvuldig ‘negatief gevoel achteraf’ met ‘schade’. Dit is onjuist, weet elke verpleegster, arts, tandarts, wiskundedocent en ouder. Er zijn ook neutrale en positieve bevindingen achteraf. In elke rechtszaak horen we echter steevast dat ‘de schade ernstig en levenslang is’.

De onderliggende visie
Er zijn psychologen en psychiaters die de uiterst ingewikkelde dynamiek menselijke gevoel en gedrag onderzoeken, een dynamiek vol geheimzinnige vaak niet zichtbare en meetbare, maar sterk motiverende innerlijke krachten. Zo’n sterke kracht is bijvoorbeeld liefde, een door elk mens herkend begrip. Er zijn ook ‘gedragskundigen’ die het menselijk gedrag beschrijven aan de hand van slechts de meetbare factoren, prikkels en cognities, die men ziet als oorzaken van gedrag, dat dan dus ook te voorspellen en – vooral – te beheersen zijn.
Dit simpele cognitief-gedragsmatige model heeft momenteel zowel in de diagnostiek als in de behandeling het monopolie. Iets als liefde bestaat niet in dit model. Het is niet definieerbaar en niet meetbaar. Evenmin iets als altruïsme of vriendschap. Die bestaan niet, of slechts als denkfouten. Dit model geldt uitsluitend voor de ondervraagde, de verdachte, of patiënt. Het geldt niet voor de onderzoekers en de behandelaars zelf. Zij zijn, uiteraard, wel handelende personen die rede en motieven hebben. Ja, ook gevoelens als liefde, vriendschap en altruïsme. Nee, zij maken geen denkfouten. De gedragswetenschappers en hulpverleners zien zichzelf in een geheel ander model dan hun cliënten.

Zelfkritisch nadenken
Zoals de onderzoekers en de behandelaars hun cliënten mogen vragen eens kritisch naar zichzelf en hun gedachten te kijken, zo mogen wij dat nu ook vragen aan de gedragswetenschappers. Een werkwijze waarin men met twee strijdige visies werkt, een voor zichzelf en een voor de cliënten, lijkt mij niet voldoende doordacht, niet wetenschappelijk. Eerder oogt het mij als een ideologie die om kritische herziening vraagt. De werkwijze berust op de genoemde rotsvaste overtuigingen die niet waar zijn en berust op een mensvisie die discutabel is omdat ze de mens reduceert tot een niet meer menselijk wezen.

Dit artikel is een sterk verkorte versie. Het volledige artikel is te vinden op:
www.helping-people.info/barbertje.htm

 

home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek

sitemap | contact | steun de nvsh | vacatures |