sitemap | zoek
english | français | español
deutsch | русский
 

home > seks & samenleving > seksuele varianten > pedofilie > dagboek

Pedofilie

 

De Pedo; Dagboek

DinsdagDe Pedo; opgesloten
Ronald en Peter hebben dienst.
Ronald vraagt mij of ik mee wil komen naar het kantoor. In het kantoor zegt Peter: “We hebben vermoedens dat je gebruikt hebt, daarom willen wij een urinetest doen”.
Ronald loopt met mij mee naar mijn kamer. Ik moet in een potje pissen. Ronald pakt de tester uit en doet een drupje urine met een pinset op de tester en wacht 5 minuten. Dan roept hij Peter erbij. Ronald zegt tegen mij: “Je bent positief, dus je hebt gebruikt. Wanneer heb je voor het laatst gebruikt?”
Ik zeg afgelopen donderdag.
Oké, heb je nog wat?
Nee, ik heb maar een klein stukje gekregen.
Van wie?
Ik ben geen verrader, dus ik geef geen namen.
Ronald zegt: “Dan moeten Peter en ik je kamer doorzoeken om te kijken of je werkelijk niets meer hebt.”
Ik mag in mijn kamer blijven om te kijken hoe goed ze zoeken naar wiet. Als ze alles doorgekeken hebben en niets hebben gevonden, moet ik mij uitkleden omdat ze werkelijk zeker willen weten dat ik niets meer heb. In mijn broekzak vinden ze mijn hasjpijpje. Dat wordt in beslag genomen.
Ik krijg een kamerprogramma voor die dag. Dat betekent dat ik de hele dag op mijn kamer moet blijven. Ik moet ook eten op mijn kamer. Ik vraag of ik toch later op de avond even mag bellen met mijn moeder. Om 10:00 uur komt Peter en zegt: “Je mag nu bellen maar als ik jou was zou ik niet vertellen dat je gebruikt hebt.”
Hij gaat bij te telefoon zitten om te horen wat ik vertel.

Donderdag
Het is nu 15:30 uur. Ik vraag aan Peter of de portier al gebeld heeft omdat mijn ouders vandaag op bezoek komen. Peter zegt: “Ja, ik haal je ouders nu op.”
Ik vraag of ik mee mag lopen.
Nee, want ik moet eerst met je ouders praten.
Waarover?
Dat krijg je nog te horen.
Ik kijk door het raam van mijn kamer en zie op een gegeven moment mijn ouders lopen, Ik klop op het raam en mijn ouders kijken. Ik zwaai naar ze.
Als mijn ouders op de afdeling komen, moeten ze eerst op kantoor komen omdat Peter wil vertellen dat ik gebruikt heb en dat ze mijn ouders verdenken van drugsinvoer. Peter komt op mijn kamer en zegt: “Kom je mee naar de vergaderruimte?”
Ik en mijn ouders en Peter lopen naar de vergaderruimte. We gaan zitten en Peter vertelt mij dat hij aan mijn ouders verteld heeft dat ik geblowd heb. Ik zeg tegen mijn moeder: “Ik hoop niet dat je de hele bezoektijd gaat zitten zeuren dat ik geblowd heb”.
Opeens gaat de telefoon. Peter pakt op en zegt: “Oké, kom maar.” Ronald komt binnen en zegt: “We hebben in uw tas wiet gevonden en die was bestemd voor uw zoon”.
Mijn moeder ontkent dat er wiet in haar tas zit. Ze is behoorlijk boos. Ze laten de wiet ook niet zien. Peter zegt: “Dit is heel erg fout dat u wiet meeneemt naar binnen. We zullen overleggen wat we hiermee moeten doen en morgen zullen we u bellen wat er is besloten. Maar u moet nu weggaan.”
Dit bezoekuur was behoorlijk verpest.
Toen mijn ouders weg waren moest ik mij uitkleden. Ronald zegt: “Dat is om zeker te zijn dat je werkelijk niets heb gekregen wat verboden is. Heb je toch iets in je broekzak dan kan je dat beter nu op de tafel leggen.”
Ik had in de werkzaal een stukje rubber gevonden. Het leek wel op stuff, dus legde ik het op de tafel neer en ging mij uitkleden. “Deze stuff zullen wij door een deskundige laten onderzoeken”, zegt Ronald. Ik zeg: “Volgens mij is het gewoon rubber, maar als jullie zeggen dat het hasj is wil ik het ook door mijn advocaat laten onderzoeken.” Toen ik er later naar vroeg, was het stukje rubber weggeraakt. Maar in mijn dossier staat nu wel dat ik hash in mijn zak had.
Toen ik klaar was kreeg ik weer kamerprogramma.

Zaterdag
Peter komt bij mij om een urinetest te doen. Nu is de uitslag negatief. Einde kamerprogramma. Ik vraag waarom ik eigenlijk niet af en toe mag blowen. Sigaretten roken mag wel.
Peter zegt: “Als je blowt vlakt dat je gevoelens uit, en je moet zo dicht mogelijk bij je gevoelens blijven, dat is beter voor je behandeling.”
Moeder heeft vandaag gebeld. Ze zegt dat een pedofiel vast zit voor de rest van zijn leven. Wat geeft het, zegt ze, als je behandeling nog jaren in beslag neemt. Ze weet nog steeds niet dat ik hier niet behandeld word. Ik word niet behandeld, want ik hoef niet behandeld te worden, ik kan niet behandeld worden, ik ben onbehandelbaar. Ze willen me alleen onder controle houden, ze willen me klein krijgen. Ze spuiten me in met spul waardoor ik geen erectie meer heb en ook geen zin meer in aftrekken. Ik krijg ook kalktabletten omdat die medicijn kalk afbreekt. De enige reden waarom ze mij chemisch castreren is dat ik pedofiel ben. Dat ben ik al zolang ik me kan herinneren. Ik zit hier omdat de mensen denken dat een pedofiel gevaarlijk is. Dat idee krijgen ze van de media. Ik speel het liefst met jongetjes, maar ik ben niet gevaarlijk.
Als het erop aankomt vinden mijn ouders het wel best dat ik hier zit. Als ik mij ziek voel en huilend voor de telefoon zit belooft pa dat hij me morgen terug zal bellen maar hij belt niet. Moeder klaagt over de telefoon dat zij alles alleen moet doen en dat ik gemakkelijk door het leven kom.

Maandag
Ik ben om 9:45 uur naar het kantoor gelopen om mijn pillen te halen. Petra zegt: “Je hebt om 14:40 uur een afspraak met de medische dienst om je spuit te halen.”
Ik zeg: “Ik heb een briefje geschreven waarin ik uitleg dat die spuit mijn gevoelens uitvlakt en dat dit niet goed is voor mijn behandeling omdat ik dicht bij mijn gevoelens moet blijven.”
Dus als ik jou goed begrijp dan weiger jij je spuit?
Ja.
Dan zal ik een berichtje sturen naar de medische dienst.
Om 12:55 uur vraag ik aan Petra: “Heb je al bericht terug van de medische dienst in verband met mijn spuitweigering?”
Ja, je hoeft niet te komen, maar dit wordt wel aan de behandelverantwoordelijke gemeld en die zal dan wel contact met jou opnemen.
Om 16:00 uur komt Ronald in mijn kamer. Hij is woest. “Waarom weiger jij je spuit?”
Omdat die mijn gevoelens vervlakt en dat komt mijn behandeling niet ten goede.
Ronald zegt: “Ik voel me verneukt. We hebben een afspraak dat jij die spuit zal blijven gebruiken.”
“Maar ik wil kijken wat er nu gebeurt met mijn gevoelens”.
Dan krijg jij een erectie als je kinderen op de tv ziet en dat moeten wij niet hebben.
Maar hoe kom je daarbij? Is dat ooit gebeurd toen ik die spuit nog niet had?
Iedereen vermoedt toch al dat jij seksueel misbruik hebt gepleegd, en dat die spuit jouw gevoelens vervlakt dat klopt en dat is maar goed ook. Zonder die spuit had je het buiten niet gered.
Maar ik heb buiten de inrichting die spuit niet gehad en ik heb het heel goed gered. Ik heb nooit misbruik gepleegd.
Vergis je niet, we kunnen jou via de rechter dwangmedicatie geven. Als je blijft weigeren, dan moet ik gewoon anders met jou omgaan. Dat je ouders over een maand weer mogen komen, terwijl ze drugs hebben ingevoerd, normaal gesproken krijgen ze helemaal geen toegang meer, dat heb je toch aan mij te danken. Gevoelens vervlakken moet door de spuit, dat is je behandeling. Als je weer verandert in de goede zin, dan hoor ik het wel, dan kunnen we de draad weer oppakken.
Ze weten wel hoe ze je dag moeten verpesten.

Donderdag
De spuit zit er weer in. Ik ben naar de leergroep Goldstein geweest, van 10:30 – 12:00 uur. We hebben ‘Opkomen voor je mening’ gedaan.
Dit staat op het papier dat ik meegenomen heb:

Je bent het ergens niet mee eens, omdat je bijvoorbeeld van mening bent dat iemand iets over jou zegt waar je het niet mee eens bent. Het is dan belangrijk om je mening te geven en te kunnen vertellen waarom je deze mening hebt.
Om goed voor je mening op te komen, kun je gebruik maken van een aantal belangrijke punten:
-Ga na wat er aan de hand is
-Bedenk of je je mening wel of niet wilt zeggen
-Zeg je mening
-Luister naar de reactie van de ander
-Als je daarover niet tevreden bent, zeg dan je mening nog eens.

Maandag
Om 10:30 uur hebben wij een groepsvergadering, omdat er constant verhalen rondgaan dat ik kinderen ga misbruiken als ik vrij kom. Ik moet de hele groep hierop aanspreken, en zeggen dat dit niet waar is.
Randolf zegt in de groep dat ik gezegd heb: “Wat is dat een leuk jongetje”. Die had ik op tv gezien.
Randolf zegt: “Vind jij het normaal om met kinderen te spelen?”
Ik zeg ja.
Dan ben jij niet goed bij je verstand.
Ik ben pedofiel, ik vind het leuk om met jongetjes te spelen. Dat heeft niets met misbruik te maken.
Ja, ja, maar je wilt toch seks met die jongens.
Maar seks is geen misbruik.
Met een kind wel.
Dat is onzin. Een pedofiel zoekt naar vriendschap. Ik zoek geen vriendschap met vrouwen. Zijn mannen die vriendschap met vrouwen zoeken, ook op seks uit? Waarschijnlijk wel, maar dat is nog geen misbruik.
Maar een kind is geen gelijke. Je hebt macht over een kind.
Ouders hebben ook macht over een kind. Het ligt eraan wat je ermee doet. Maar een kind heeft ook macht. Als een kind iets niet wil laat hij dat heus wel merken.
Een kind loopt een trauma op van een contact met een pedofiel.
Volgens mij komt dit door de ouders die vinden dat ze zo nodig aangifte moeten doen.
Ron zegt: “Als ik jou zo hoor, heb ik zin om je te slaan.”
Ik vraag: “Vind je dat normaal?”
“Ja, je bent gewoon een gevaar voor de samenleving, je schaamt je niet eens dat je pedofiel bent.”
Nee, daar schaam ik me niet voor. Ik ben nu eenmaal zo. Een neger kan er ook niets aan doen dat hij zwart is. Niet dat ik het leuk vind als iedereen mij als een gevaar ziet en mij uitscheldt voor mongool. Ik zal blij zijn als ze me hier weer uitlaten.
Als ze me hier weer uitlaten.

Dik Brummel

 

 

home | seksuele informatie | seks & samenleving | opinie | direct hulp | de nieuwe sekstant | over de nvsh | zoek

sitemap | contact | steun de nvsh | adverteren | vacatures