inleidinggeschiedenis

De NVSH werd opgericht in 1946 als voortzetting van de Nieuw-Malthusiaanse Bond, die in 1881 ontstond. Aletta Jacobs begon in dat jaar in Amsterdam een spreekuur voor geboorteregeling. Een andere bekende figuur uit die begintijd is Jan Rutgers. Naar hem is de Rutgers Stichting genoemd, die in 1969 uit de NVSH ontstond en per 1 januari 2002 officieel is opgehouden te bestaan. Behalve deze twee zijn er nog andere seksuele hervormers te noemen die veel betekend hebben voor de seksuele hervorming in Nederland.

 

bloeitijd

De NVSH maakte een bloeitijd door in de jaren 60. Er waren toen meer dan zestig consultatiebureaus voor anticonceptie en seksualiteit. In 1966 waren er 220.000 leden. Daarna daalde dat aantal geleidelijk, omdat de anticonceptie in de reguliere gezondheidszorg werd opgenomen. Een dieptepunt was 1985, toen de vereniging bijna failliet verklaard werd. Het klimaat voor seksuele hervorming verslechterde ook geleidelijk. In 2000 bedroeg het aantal leden ongeveer 1600.
De geschiedenis van de NVSH is tot 1972 in detail beschreven in:
Gé Nabrink, Seksuele hervorming in Nederland, SUN, Nijmegen, 1978

 

Oprichting

De Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming werd opgericht in 1946 als voortzetting van de in 1881 opgerichte Nieuw-Malthusiaanse Bond, die in 1940 in verband met de Duitse bezetting was opgeheven.

 

Doelstellingen

Direct na de oprichting werd een nieuwe beginselverklaring ontworpen, waarin geboorteregeling niet meer als doel werd gezien, maar als een onderdeel van een veel verder strekkende heroriëntatie op het seksuele leven, waarbij het er voornamelijk om gaat een positieve waardering van de seksualiteit ingang te doen vinden als een integrerend deel van het bestaan.
De invloed vanuit de NVSH werd in de jaren 1964 tot 1966 vooral gericht op aanvaarding het recht op geboorteregeling.
In 1967 kwam de NVSH op het congres ‘Sextant’ tot de volgende standpuntbepaling:

  • wettelijke discriminatie t.a.v. homoseksualiteit dient te vervallen;
  • aanvaarding van voorechtelijk geslachtsverkeer;
  • mogelijke schade van buitenechtelijk geslachtsverkeer is niet vanzelfsprekend, maar eerder een gevolg van bestaande moraal;
  • wederzijds goedvinden moet in de wet worden erkend als echtscheidinggrond;
  • geen afwijzing van de prostitutie zonder meer;
  • afschaffing wetsbepalingen betreffende pornografie;
  • legalisering abortus;
  • de verantwoording tegenover de samenleving moet een rol spelen bij het bepalen van het kindertal.

In 1969 werd door de NVSH op het Studiecongres ‘De Staat als zedenmeester’ stelling genomen tegen de bestaande zedelijkheidswetgeving, met name de pornografie- en de abortuswetgeving. De nieuwe doelstelling van de NVSH luidt:
De vereniging stelt zich ten doel bij te dragen tot de emancipatie van mens en gemeenschap, vooral op het gebied van de seksualiteit (artikel 2.1)

 

Rechtspositie

In 1958 werd, acht jaar na de aanvraag, koninklijke goedkeuring verleend op de statuten.
In 1969 werd opnieuw een aanvraag ingediend, nadat het Huishoudelijk Congres had besloten de leeftijdsgrenzen uit de statuten te laten vervallen. Deze aanvraag werd in 1971 afgewezen.
Het door de NVSH ingestelde beroep bij de Raad van State werd in 1972 eveneens afgewezen.
In 1973 werd opnieuw een aanvraag ingediend op grond van de nieuwe doelstellingen (bijdragen tot emancipatie van mens en gemeenschap, vooral op het gebied van de seksualiteit). Deze werden in 1974 koninklijk goedgekeurd. Aan het lidmaatschap van de NVSH zijn vanaf deze laatste goedkeuring geen leeftijdsgrenzen meer verbonden. Met deze goedkeuring erkende de overheid dat jongeren onder de 18 jaar wezens zijn die zich met seksualiteit bezighouden en derhalve recht hebben op alle mogelijke steun, hulp en advies.

 

Leden

In 1946 begon de NVSH met 18.000 leden. In 1950 werd de 50.000 gepasseerd, in 1955 de 100.000 en in 1964 de 200.000. Men moet onder leden niet allemaal seksuele hervormers verstaan, maar mensen die om aan voorbehoedsmiddelen te komen lid moesten worden (de openbare verkoop van voorbehoedsmiddelen was verboden).
In 1966 en volgende jaren zette een daling in, zodat er eind 1970 nog 168.000 leden stonden geregistreerd, eind 1975 73.000 leden en eind 1979 35.000 leden. De grootste daling vond dus plaats in de jaren 70. In 1982 waren er nog 22.500 leden. Dat aantal daalde geleidelijk tot bijna 1600 leden in 2000 en 360 in 2018.

 

Wetgeving

In 1969 werd een wetsontwerp van kracht, waarin de vrije verkoop van voorbehoedsmiddelen is geregeld.
In 1970 werd bij arrest van de Hoge Raad de pornografie feitelijk vrijgegeven.

 

Erkenning

Een steeds verdergaande erkenning werd ondervonden, zowel van overheid als andere groeperingen.
In 1963 werd de NVSH toegelaten tot het lidmaatschap van de Nationale Federatie voor de Geestelijke Volksgezondheid.
In 1970 werd door het College van Curatoren van de Universiteit van Amsterdam de NVSH toestemming gegeven tot het vestigen van een Bijzondere Leerstoel in de Seksuologie. In 1971 gebeurde hetzelfde aan de Rijksuniversiteit te Leiden.

 

Activiteiten

De NVSH organiseerde talloze ouderavonden, filmavonden, lezingen, gespreksgroepen en huwelijksscholen. Verder werden regelmatig studiedagen en -congressen gehouden. Naast de centrale bibliotheek op het verenigingskantoor, bezaten de meeste afdelingen een eigen bibliotheek.

  • In 1964 werd een eigen filmdienst opgebouwd voor voorlichting- en gespreksfilms.
  • In 1965 werden de activiteiten op het terrein van het uitgeven van boeken en brochures gebundeld in een daartoe opgerichte stichting.
  • In 1970 (toen abortus was gelegaliseerd in Engeland) werd door de NVSH begonnen met het bemiddelen bij abortus.
  • In 1971 werd een nieuwe Stichting opgericht: Stichting Direkte Hulpverlening NVSH, die abortushulp verleende.

In Den Haag en Zwolle werden klinieken geopend, waar men, behalve voor abortus terecht kon voor overtijdbehandeling, sterilisatie, geslachtsziekten, uitstrijkje, geboorteregeling, recept voor de morning-afterpil, zwangerschapstest, spiraaltje, pessarium, prikpil, instructie in zelfonderzoek van de borsten, kunstmatige inseminatie. Beide klinieken werden in 1985 opgeheven.

 

Consultatiebureaus

De praktische hulpverlening was aanvankelijk ondergebracht in de Nederlandse Stichting voor Huwelijks- en Geslachtsleven.
In 1969 werden de 58 consultatiebureaus, waar onder medische leiding, spreekuren voor geboorteregeling, geboortebevordering, huwelijksvoorbereiding, huwelijksmoeilijkheden en seksuologie werden gehouden, ondergebracht in de Dr. J. Rutgers Stichting.
Deze stichting werkte onafhankelijk van de NVSH, en deed veel goed werk op het gebied van voorlichting en hulpverlening binnen het kader van de gezinsplanning. De Rutgers Stichting kreeg steeds minder klanten naarmate de seksuele voorzieningen op het gebied van anticonceptie ingeburgerd raakten. Per 1 januari 2001 werd de Rutgers Stichting officieel opgeheven, en de panden verkocht. Het werk vindt doorgang door het personeel onder te brengen bij abortusklinieken of GGD.

 

De huidige situatie

De NVSH overleefde door het personeelsbestand in te krimpen. Het laatste dienstverband werd in 2000 beëindigd. Sindsdien draait de NVSH op vrijwilligers. Dankzij de trouwe betaling van contributie door de nog overgebleven leden kan de NVSH verder gaan met haar landelijke activiteiten: de infolijn (telefonisch hulpverlening), de hulpverlening per e-mail, de uitgeverij en natuurlijk de website. De laatsgenoemde activiteit, de website, wordt steeds belangrijker.
Er is ook nog een klein aantal afdelingen, waar gezelligheidsactiviteiten met een meer of minder duidelijke seksueel tintje plaatsvinden, variërend van naaktzwemmen en erotische parenavonden tot massage en luierseks.

 

Waarom ging het bergafwaarts met de NVSH?

  • Door het oprichten van de Rutgers Stichting verloor de NVSH een netwerk van consultatiebureaus. Daarmee werd een materiële band met de samenleving verbroken en ging de NVSH ‘zweven’. De seksuele hervorming had als het ware geen concrete maatschappelijke invulling meer. Een tijd ging het nog goed omdat er op het gebied van de ‘vrijere moraal’ nog veel belangstelling was (tot ongeveer het midden van de jaren zeventig).
  • Het verenigingsleven verlamde steeds meer het optreden naar buiten. Interne discussie over de ’emancipatie van mens en gemeenschap’ (zoals de nieuwe doelstellingen luidden) leidden tot verwarring, conflict, navelstaren en gebrek aan daadkracht.
  • Allerlei kansen om een nieuwe economische band met de samenleving te creëren werden niet opgepakt. Pornografie en prostitutie, bijvoorbeeld, waren niet alleen belangrijke mogelijke bronnen van inkomsten, maar boden ook volop mogelijkheden om de seksuele hervorming concreet gestalte te geven. Om moralistische redenen werden deze onderwerpen nauwelijks ter discussie gesteld.
  • De vereniging had een zeer logge structuur. Overal in het land waren afdelingen, die de zogenaamde ‘basis’ vormden en van waaruit ‘de maatschappij‘ hervormd zou worden. In de landelijke vereniging hadden deze afdelingen in feite de zeggenschap over het beleid.
  • De daling van het aantal leden versterkte interne conflicten. Overheersend bleef echter de angst om als onfatsoenlijk beschouwd te worden. De NVSH mocht vooral niet proberen een ‘voortrekker’ te zijn, want dat zou het einde betekenen, vreesde men.
  • Veel te hoge personeelskosten, falend beleid, gebrekkige interne controle, leidden in 1985 tot een grote schuldenlast en bijna faillissement. Verkoop van eigendommen en ontslag van personeel stelden de NVSH in staat te overleven. De meeste afdelingen kozen een eigen rechtsvorm, en werden dus financieel onafhankelijk.
  • Het algemene klimaat voor seksuele hervorming werd geleidelijk aan steeds slechter. Feminisme, angst voor aids, verontwaardiging over incest en pedofilie, en een toenemende afkeer van seks in het openbaar maakten het idee van seksuele hervorming belachelijk en uit de tijd. De NVSH kreeg in bepaalde kringen een steeds slechtere naam, en raakte zo op de achtergrond dat velen zich afvroegen: bestaat die club nog?
  • In 1996 bestond de NVSH 50 jaar, en dat bracht enige opleving van activiteit. Het verenigingsblad werd omgedoopt tot De Nieuwe Sekstant en kreeg dankzij de grote inzet van bepaalde mensen een optimale kwaliteitsverbetering om als publieksblad verspreid te kunnen worden. Helaas bleef het aantal verkochte exemplaren beneden verwachting en in 1999 besloot de verspreider te stoppen met de verspreiding. Ook de daling van het aantal leden bleef met ongeveer 10% constant. In 2000 moest de laatste betaalde functionaris ontslagen worden. Dankzij de inzet van vrijwilligers bleef de kwaliteit van het tijdschrift hoog. Ook de telefonische hulpverlening bleef doorgaan.
  • Aangeland op een dieptepunt, zonder noemenswaardige inkomsten behalve uit contributies van leden (die behalve het tijdschrift weinig terugkrijgen voor hun lidmaatschap), is het de vraag of de NVSH nog mogelijkheden heeft om weer terug te krabbelen naar een positie van betekenis. (Overleven is geen probleem. Zolang er voldoende leden en abonnees zijn om de kosten van administratie, hulplijn en tijdschrift te dekken, blijft de NVSH gewoon bestaan.)

 

De reactie tegen de seksuele revolutie

Een aantal jaren na de seksuele revolutie (1967-1970) ontstond een tegenbeweging van feminisme, conservatisme, en rechts-religieus moralisme, en die in de jaren tachtig en negentig steeds sterker werd. Het was een beweging die altijd al had bestaan, maar die als vanzelf weer opkwam tegen de meer radicale ideeën van seksuele hervorming (vrije liefde, afwijzing van huwelijk en gezin, bestrijding van jaloezie, acceptatie van zogenaamde ‘afwijkingen, bevordering van naakt, vrije porno, afschaffing van de zedenwetten, enzovoort). Veel mensen deden ervaring op met ‘vrije’ seks, en kwamen daarvan terug omdat ze er niet goed mee konden omgaan en zich toch vertrouwder voelden met één min of meer vaste partner. Vrouwen bleven kinderen willen en met dat gegeven bleek het gezin (desnoods alleen van moeder en kind) toch de meest vanzelfsprekende en gewaardeerde samenlevingsvorm te zijn. De vrouw en het kind werden steeds meer als kwetsbaar en potentieel slachtoffer van seksueel wangedrag door de man gezien. De ontdekking van aids bij homo’s had een vernietigend effect op het idee van vrije seks, omdat het verband tussen promiscuïteit en een dodelijke ziekte leek te zijn aangetoond. Het had wel een dubbel effect op de emancipatie van homo’s: aan de ene kant groeide hun solidariteit tegen de overheid die aanvankelijk nauwelijks hulp bood, en voor de soms wereldberoemde slachtoffers (filmsterren, popzangers, filosofen, etc.) die met regelmaat in de publiciteit kwamen. Tegelijk raakten homo’s steeds meer ingeburgerd en bleek dat ook zij het liefst met een partner een vaste relatie hadden, zozeer zelfs dat ze ermee wilden trouwen en kinderen adopteren. Nederland was in 2001 het eerste land waar het homohuwelijk (met de mogelijkheid van adoptie van kinderen) wettelijk werd geregeld, gevolgd door Belgie in 2003. Sindsdien neemt het aantal landen waar het homohuwelijk wettelijk geregeld is snel toe.

 

welvaartscultuur

Een andere ontwikkeling was de terugkeer en geleidelijke triomf van het kapitalistische doen en denken. De vrije markt creëerde met de deelsuccessen van de seksuele revolutie een commerciële exploitatie van de ‘seks’, een begrip dat zijn oude dubbelzinnigheid van ondeugd en gevaar weer terugkreeg. De associatie van seks met geweld werd een thema van veel speelfilms, roddelbladen ex. ploiteerden sensatiezucht en familiesentiment, de glossy magazines verpakten de vrouwelijke mystiek in exhibitionistische beelden van de ‘nieuwe vrouw’. De welvaartscultuur leek in de ogen van moralisten van allerlei slag slechts gericht op verstrooiing, materialisme en zinledigheid. Dit gevoel voedde ook de reactionaire tendensen in de samenleving die steeds duidelijker zichtbaar werden in strengere zedenwetten als resultaat van een collectieve neurose rond pedofilie en kinderporno, toenemende angst- en agressie met betrekking tot de ‘anderen’ van geloof, ras of nationaliteit, de roep om meer politie, repressie, straf. Al deze tendensen samen leiden, zoals ontelbare malen eerder in de geschiedenis, tot oorlog.

 

Meer weten over seksuele hervorming?

Zie opinie > seksuele hervorming

Deel dit artikel