Geslachtsorganen

Informatie over de inwendige en uitwendige geslachtsorganen van het meisje en de jongen.

 

Geslachtsorganen van het meisje

De inwendige geslachtsorganen van het meisje zijn de vagina, baarmoeder, eileiders en eierstokken.
De vagina is ongeveer 10 cm lang. De wanden liggen normaal tegen elkaar, maar ze kunnen heel erg uitzetten, zodat er een penis in kan en een baby uit. Achter de ingang zit boven in de vagina de zogenaamde G-plek, die bij sommige vrouwen erg gevoelig zou zijn voor prikkeling.

Achterin de vagina kun je de baarmoedermond (cervix) voelen, een stevig zacht knobbeltje met een klein gaatje erin. Door de baarmoedermond gaan zaadcellen naar binnen op weg naar de eileiders. De baarmoeder (uterus) lijkt op een peer en is ongeveer net zo groot. Aan de bovenkant van de baarmoeder steken aan beide zijden de eileiders uit. Eileiders zijn dunne buisjes die aan het eind brederworden en als een soort handje boven de eierstok hangen.
De eierstokken (stok betekent voorraad) zijn rond en ze bevatten vanaf de geboorte meer dan tienduizend eitjes die nauwelijks zichtbaar zijn met het blote oog. In de pubertijd begint er bij meisjes elke maand een eitje (ovum) uit de eierstok te komen. Die eicel wordt opgevangen door de eileider en naar de baarmoeder getransporteerd. Zie verder bij menstruatie.

 

Uitwendig

De uitwendige geslachtsorganen van het meisje zijn de clitoris, de binnenste (schaam)lippen, de buitenste (schaam)lippen, en de venusheuvel.
De clitoris is het genotsknopje dat boven de uitgang van de plasbuis zit. Bij seksuele opwinding wordt de clitoris groter en stijver, net als de penis. De clitoris is groter dan je denkt en loopt door tot in de bekken. De binnenste schaamlippen omsluiten de ingang van de vagina. Ze zijn bedekt met slijmvlies en kunnen tamelijk ver naar voren steken. In de opening van de vagina zit een randje weefsel dat ‘maagdenvlies’ (hymen) wordt genoemd. Bij de eerste seksuele penetratie kan daar een scheurtje inkomen waar dan wat bloed uitkomt. Zie verder bij maagdelijkheid. De buitenste schaamlippen omsluiten de binnenste. De buitenste schaamlippen zijn dikker en zezijn met gewone huid bedekt, waar in de puberteit haar op gaat groeien. De venusheuvel is een vetkussentje op het verhoogde schaambeen. Dit is het meest opvallend als het meisje rechtop staat.

 

Geslachtsorganen van de jongen

De inwendige geslachtsorganen van de jongen zijn de zaadballen en bijballen in de zak, de zaadleiders, de prostaat en de zaadblaasjes.
De ballen zijn te vergelijken met de eierstokken bij het meisje: ze produceren de cellen voor de voortplanting. Het verschil is dat zaadcellen veel kleiner zijn en dat ze vanaf de puberteit voortdurend aangemaakt worden. Ze worden opgeslagen in de bijballen (een opgerolde dunne streng) waar ze verder groeien tot ze op een gegeven moment het lichaam willen verlaten. Bij seksuele opwinding gaan de zaadcellen door de zaadleiders naar de prostaat. De prostaat zit onder tegen de blaas. Hier begint ook de pisbuis die door de penis naar de plasopening loopt. De prostaat en de zaadblaasjes samen produceren het zaadvocht dat aan de zaadcellen wordt toegevoegd. Het mengsel van zaadvocht en zaadcellen (sperma) gaat dan via de pisbuis schoksgewijs bij het klaarkomen van de jongen naar buiten (zaadlozing, ejaculatie).

 

Uitwendig

De uitwendige geslachtsorganen van de jongen zijn de penis (piemel, pik, lul, lid. fallus) en de balzak (zak, scrotum) met twee zaadballen (ballen, kloten, testikels). De penis bestaat uit een schacht en een kop (eikel, glans). Over de gehele penis zit een lichtbruine huid, die je heen en weer kunt bewegen. Het voorste stuk, dat over de eikel ligt, heet voorhuid. Bij besnijdenis wordt hier een stukje van afgesneden, zodat de eikel altijd bloot ligt. De eikel is bekleed met slijmvlies, en is erg gevoelig. De voorhuid moet helemaal over de eikel naar achteren kunnen, zowel voor de hygiëne als voor de geslachtsgemeenschap. De voorhuid zit met een klein spiertje (toompje, frenulum) aan de onderkant van de penis vast. De penis kan stijf worden doordat het holle en sponsachtige weefsel binnenin met bloed volloopt als gevolg van (seksuele) opwinding. De balzak zit onderaan de penis vast, en bestaat uit flexibele dunne huid. Bij kou en opwinding krimpt de zak, bij warmte en ontspanning zakt hij naar beneden.

Deel dit artikel