debiecht

De meest voorkomende vorm van pornografie is die van de biecht, het verhaal in de ik-vorm. De kerk deed eeuwenlang ervaring op met het aanhoren, bestraffen en vergeven van zonden die voor het merendeel seksueel van aard waren.

 

In de 17e en 18e eeuw groeide het aantal boeken met onthullingen in de ik-vorm, met als bekendste figuren Fanny Hill, Don Juan en Casanova. Vaak zat daar ook een stichtelijk element in, een waarschuwing achteraf tegen de gevaren en risico’s van het toegeven aan vleselijke lusten.
Als de pornografie rond 1900 ondergronds gaat komt er een soort pseudo-wetenschappelijke literatuur op die de traditie van de biecht voortzet in de spreekkamer van de arts. Dit is wel de medicalisering van de seksualiteit genoemd. De arts werd in de twintigste eeuw de aangewezen persoon om over het seksuele te spreken. De seks veranderde van zonde in ziekte, hoewel het verschil tussen die twee vaak niet te merken was. De bijgaande tekst is interessant omdat hier de priester zelf de patiënt is. De medische stand lijkt de strijd om de hegemonie in sexualibus gewonnen te hebben. De oplossingen van de geestelijkheid (geloof, bidden, wilskracht ) blijken niet te helpen; alleen de wetenschappelijke psychiatrie kan dat. Daarheen wordt de patiënt dan ook verwezen.

Deel dit artikel