sapfo

Sapfo (of Sappho) schreef in de zesde eeuw v. Chr. in het Lesbisch, het dialect van het eiland Lesbos. Over haar leven is alleen via overlevering iets bekend.

 

De oudste geschreven informatie staat op een papyrustekst uit Egypte uit de tweede eeuw van onze jaartelling, 800 jaar na haar dood. Ze zou kort van stuk en lelijk zijn, in ballingschap op Lesbos leven en een dochter hebben.
Van haar gedichten is er slechts één compleet bewaard gebleven, 28 regels lang. Verder zijn er ongeveer twintig fragmenten van gemiddeld 15 regels, waar woorden of regels ontbreken maar die nog als gedicht te lezen zijn, en verder nog ongeveer 150 stukjes van enkele regels.

Toch is Sapfo ‘een lichtend baken aan het begin van de literatuurgeschiedenis, die generaties dichters leerde hoe ze moesten schrijven’. De woorden zijn van Mieke de Vos, die in 1999 een nieuwe vertaling maakte. Ze noemt Sapfo ‘de dichteres van liefde en verlangen en minnares van meisjes’.
Sapfo is in de hele westerse literatuur van oudsher geroemd als schrijver (uitvinder?) van het korte lyrische gedicht waarin emotie en overpeinzing op een zeer intensieve en expressieve wijze samengaan. Het soort gedicht dat elke jongere in de fase van liefdesgeluk en -verdriet maakt, en dat dus per definitie seksueel van aard is.

De homo-erotische teneur van de Sapfische gedichten is in verschillende perioden van de geschiedenis verzwegen of weggepoetst. Een van de verhalen die over Sapfo bestonden was bijvoorbeeld dat zij op Lesbos een kostschool voor meisjes leidde. Haar gedichten hoefden dus, zeiden de geleerden, helemaal niet ‘seksueel’ gelezen te worden. Iets dergelijks hebben we ook gezien met betrekking tot het Hooglied, waar de erotische lading van het huwelijkslied wordt weggewerkt door aan de woorden ‘bruid’ en ‘bruidegom’ een symbolische betekenis te geven.
Sapfo geeft een stem aan het seksuele verlangen – al doet ze dat zeker niet voortdurend of zelfs uitgesproken – en staat zo heel dicht bij ons, kinderen van de Romantiek. Een paar duizend jaar blijkt niet zo veel te zijn. Sapfo krijgt daarom ook een plaatsje in de geschiedenis van de pornografie.

 

Mieke Vos, Sapfo, Gedichten, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1999.

Deel dit artikel