liefdesrazernij

Dat de vrouw sterke seksuele verlangens kent is al vanaf de oertijd bekend. De man zoekt vrouwen om bij binnen te dringen, maar de vrouw lokt van haar kant de man die zij begeert uit meerdere mogelijke partners.

 
Rondom het lonken, uitdagen, met geuren en kleuren exhibitioneren, aantrekken, afstoten, en ten slotte de geslachtsgemeenschap – gedrag dat ook bij homocontacten en alle andere varianten hetzelfde patroon volgt – speelt niet alleen de lust maar ook de angst altijd mee. De lust is niet vrij. Het verlangen van het meisje gaat uit naar wezens die ze vreest, omdat ze bij haar willen binnendringen. Toch is dat binnendringen juist wat ze wil omdat ze zwanger wil worden, iets wat ook tegelijk angstaanjagend en begerenswaardig is.
Ziedaar het mengsel van emoties, tegenstrijdigheden, verwarring, twijfels, en vooral angsten die van oudsher als typisch vrouwelijk zijn beschouwd, en in verband gebracht zijn met het feit dat zij een baarmoeder (in het Grieks ‘hystera’) heeft. De samenleving, onder leiding van de oudere vrouwen, legt aan het meisje strenge beperkingen en eisen van fatsoen op, die haar moeten inpassen in haar natuurlijke rol van moeder. Ze moet dus seksueel gezond zijn, voldoende begeerlijk om een man te vinden, maar zonder eigen begeerte, want daarmee brengt ze de seksuele orde (die er ook voor het welzijn van de kinderen is) in gevaar. Sociale controle op het seksuele gedrag wordt door roddel, boetepreek, advies en straf uitgeoefend.
Sinds de arts/psycholoog in de negentiende eeuw de taak op zich nam de seksuele orde te handhaven, wordt de ‘patiënt’ ten tonele gevoerd, die in extreme vorm gedrag vertoont dat bij iedereen voorkomt maar moet worden ontmoedigd. De frigide vrouw, de mannenhaatster, de lesbo, de onvruchtbare, ze zijn even verdacht als de lichtzinnige, de prostituee, en de nymfomane.
De laatste is natuurlijk bij uitstek geschikt om tot de horrorfantasie te spreken, en speelt dan ook een belangrijke rol in de pornografie.

Deel dit artikel