kindermishandeling

Het woord kindermishandeling heeft een grote gevoelswaarde, wat betekent dat iedereen bij het horen of zien ervan in een bepaalde toestand van afkeuring raakt. Dit is een natuurlijke reactie. Het beschermen van kinderen is over het algemeen in het belang van het overleven van individuen, een groep of soort. Het gevoel van vertedering dat we kennen bij het zien van kleine mensen en dieren, hun onhandigheid en nieuwsgierigheid, die als het ware om steun en liefde vraagt, is instinctief voorgeprogrammeerd en universeel.

 

Gezin en mishandeling

Niemand is voorstander van ‘kindermishandeling’, ook omdat men in eerste instantie denkt aan hele jonge kinderen. Als kinderen groter worden, een eigen ‘wil’ krijgen, en geconfronteerd worden met de buitenwereld van competitie en dreiging van geweld, ontkomen ze niet aan ervaringen die ‘mishandeling’ genoemd kunnen worden: pesten, slaan, vernedering, enzovoorts.
Meestal denkt men bij ‘kindermishandeling’ aan wangedrag van volwassenen tegenover kinderen tot een leeftijd die kan variëren van 0 tot 18 jaar. Ook het begrip ‘mishandeling’ kan variëren. Het is daarom moeilijk om een redelijke beschrijving te geven van mishandeling. Men kan onder kindermishandeling alleen de ergste vormen van verwaarlozing verstaan, exploitatie, slaan en schoppen, verminking, soms doden. Zo verschijnen er af en toe cijfers, schattingen gebaseerd op allerlei bronnen, die uiteen lopen van 40.000 tot 100.000 ‘gevallen’ per jaar in Nederland. Het aantal doden wordt geschat op minimaal 1 per week. De meeste kindermishandeling vindt binnen het gezin plaats. Dit is begrijpelijk. Hoewel, zoals gezegd, iedereen kinderen wil beschermen, spelen in het gezin krachten die in een aantal gevallen onvermijdelijk tot ernstige mishandeling leiden.

 

Ruimere definitie 

Men kan een stapje verder gaan en de definitie van ‘mishandeling’ ook veel ruimer nemen. Dan valt elke vorm van onaardig gedrag eronder, zeuren, kleineren, niet serieus nemen, onder de duim houden, tegen de wil ergens toe dwingen, afstandelijkheid, onjuist voorlichten, bang maken, niet vertrouwen, elke vorm van straffen, alleen laten, frustreren, enzovoort. Dan schommelt het aantal gevallen van kindermishandeling rond de 100%. De vanzelfsprekende macht die ouders over hun kinderen hebben maakt een of andere vorm van mishandeling onvermijdelijk. Algemeen wordt dit verdedigd als ‘opvoeding in het belang van het kind dat zich in de wereld moet handhaven’. Als we kinderen zonder mishandeling zouden willen opvoeden, moeten we het biologische gezin afschaffen en de wereld heel anders inrichten.

 

Seksuele mishandeling

Er bestaat ook ‘seksuele’ mishandeling. Een typisch voorbeeld is de besnijdenis, waarbij het geslachtsorgaan wordt verminkt om het kind in te voeren in de seksuele orde die door de religie is voorgeschreven.

 

Moeders zijn geen heiligen

Louis Schützenhöfer onderscheidt in dit boek vier typen moeders die het leven van hun kind(eren) dusdanig negatief beïnvloeden, dat die kinderen op middelbare leeftijd daar nog last van hebben. Het boek is gebaseerd op diepgaande gesprekken die de psycholoog voerde met 50 mensen.

 

De heerszuchtige moeder

Als kind heb ik al gemerkt dat mijn moeder mij dingen opdrong die ik niet leuk vond. En dingen waarop ik me verheugde, verpestte ze door me iets anders te geven. Ik heb vreselijk onder dat gedrag geleden, maar ik accepteerde het gezag van mijn moeder.

Het eerste type moeder speelt de baas over haar kind, desnoods met geweld. De heerszuchtige moeder laat voortdurend haar macht voelen in de kleinste dingen, zoals kleding, haardracht, de keuze van een sport, muziekinstrument, vrienden. En ze duldt geen geheimen, staat geen privacy toe, geeft geen complimentjes en slaat erop los als zij het nodig vindt.
Het gevolg is dat het kind (en de latere volwassene) een gebrek aan zelfvertrouwen oploopt, en situaties opzoekt waar anderen beslissingen nemen.

 

De passief-agressieve moeder

Ze was ziekelijk en juist dat gaf haar veel macht. Ze manipuleerde me met haar ziekte. Vooral met haar ademhaling had ze problemen. Ze had als kind al een longziekte. Ze heeft zich altijd slachtoffer gevoeld, van haar ouders, van het lot, van Onze Lieve Heer.

Het tweede type moeder gedraagt zich tegenover haar kind als slachtoffer. Zij doet voortdurend een beroep op het schuldgevoel van haar kind. Op deze manier krijgt zij gedaan wat zij wil, oefent zij macht uit. Het is dus een andere manier om hetzelfde te bereiken als in het geval van de heerszuchtige moeder. Ziekte, lijden, pijn zijn veelvoorkomende manieren om het kind te laten doen wat zij wil. Moeder offert zich op en dreigt met weggaan of zelfmoord als ze zorg tekort komt.
Het gevolg is dat het kind (en de latere volwassene) met een enorm schuldgevoel rondloopt, boos is en tegelijk niet boos wil zijn, omdat de moeder (de ander) immers het beste met haar voor heeft (had).

 

De narcistische moeder

Ik was een kind waarmee ze showde. Ze had in haar hoofd hoe ik moest zijn. Het was een schijnleven, pure façade. En of ik tevreden was, gelukkig was, deed er helemaal niet toe. Het enige wat ertoe doet, is de uiterlijke schijn.

De narcistische moeder let heel erg op de buitenkant. Kleding, uiterlijke verzorging, diploma’s, een geschikte man, kinderen die het goed doen. Ze wil van haar kind een succes maken, schoonheidskoningin, kampioen schaatsen, directeur van een groot bedrijf. Ze heeft een beeld in haar hoofd van hoe haar kind moet zijn, omdat haar kind de functie heeft haar zelf goed voor de dag te laten komen. Ze, spreekt kwaad over anderen, gebruikt verbaal geweld en prent haar kind in hoe superieur het is.
Het gevolg is dat het kind (en de latere volwassene) vervreemd raakt van zichzelf, geneigd is zich sociaal te isoleren, en anderen niet kan accepteren zoals ze zijn.

 

De liefdeloze moeder

Tederheid van de kant van mijn moeder? Kan ik me absoluut niet herinneren, die ontbrak helemaal. Als ik een wondje had nam ze me niet in haar armen en troostte ze me niet. Dan zei ze alleen: ”Wie zijn gat verbrandt, moet op de blaren zitten.”

Liefdeloze moeders zijn koud en afstandelijk, hard voor zichzelf en hard voor anderen. Met tedere, lekkere, droevige, en lustige gevoelens kunnen ze niet omgaan, die tonen ze niet, en daar reageren ze bij anderen niet of ongemakkelijk op. Ze geven geen complimentjes, tonen geen belangstelling, halen niet aan. Dit gedrag kunnen ze in het algemeen vertonen, maar ook specifiek naar een bepaald kind toen: het ongewenste kind.
Het gevolg is dat het kind (en de latere volwassene) geen vertrouwen heeft in gevoelens van liefde en de uiting daarvan, maar zich tegelijk enorm inspant om liefde en waardering te ontvangen, bijvoorbeeld door heel hard te werken en carrière te maken.

 

De mythe van het moederschap

De uitgebreide beschrijvingen van de verschillende typen moeders worden voorafgegaan door een hoofdstuk waarin de schrijver verantwoording aflegt voor zijn methode en opvattingen. Hij wil afrekenen met de ‘mythe’ van het moederschap, het beeld in de cultuur van de volmaakte moederliefde. In de 19e eeuw, zegt hij, is er een onrealistisch beeld van de moeder ontstaan. Aan de ene kant kreeg zij de status van een heilige, aan de andere kant kreeg zij de schuld van alles wat er in de opvoeding mis kan gaan.
Aangezien dit boek over ‘slechte’ moeders gaat, wil de schrijver ze natuurlijk niet als heiligen afschilderen, maar hij wil ze ook niet echt ‘de schuld’ geven. Zijn oplossing is: ‘Er zijn ‘slechte’ moeders, maar eigenlijk zijn alle moeders goed, ook die ‘slechte’. Hij gebruikt daarbij het volgende argument:

Terwijl vroeger ook vrouwen die helemaal geen zin hadden in die rol en die zich niet in staat voelden om hun kind liefde en tederheid te geven, zich gedwongen zagen om moeder te worden, kunnen ze vandaag de dag kinderloos blijven zonder door de maatschappij te worden veroordeeld of het gevoel te moeten hebben dat ze maar ‘half’ vrouw zijn. Maar is dat de oplossing voor het probleem? Willen we ons serieus afvragen of het beter is om niet te worden geboren dan om op te groeien met een liefdeloze moeder?

Dit is de merkwaardige manier van argumenteren die ook wel tegen anticonceptie en abortus is gebruikt. Hij gaat ervan uit dat een bestaand mens de keuze zou hebben om niet geboren te worden, terwijl dat niet zo is. En een niet bestaand mens heeft die keuze al helemaal niet.
Er is dan ook helemaal geen probleem. Natuurlijk is het beter om een geboorte te voorkomen dan iemand op de wereld te zetten die na twee dagen overlijdt of veertig jaar lang ongelukkig is.

Natuurlijk is het juist heel verstandig om te besluiten geen kinderen te nemen als je vermoedt dat je die behoorlijk zou beschadigen. Er is dan helemaal geen probleem, omdat er immers helemaal geen kinderen zijn die zich zouden kunnen afvragen of het beter is om niet te worden geboren.
De schrijver wil zich nuttig maken met het begrijpen en helpen van de kinderen van bepaalde ‘slechte’ moeders. Hij heeft niet echt kritiek op het moederschap zelf; dat blijft onaantastbaar heilig. Begrijpelijk, want waar blijft de soort als die het (biologische) moederschap afschaft? Dat is voor de meeste mensen een huiveringwekkende gedachte. Toch heeft iedereen een moeder en herkent uit eigen ervaring alle vier de boven beschreven typen. In een normale moeder lopen die typen door elkaar. Meisjes worden moeder omdat zij zich eenzaam, minderwaardig, onbemind, mislukt en/of incompleet voelen, en hun kinderen betalen daarvoor de prijs tot ze die zelf weer op hun kroost kunnen afwentelen.

 

Dik Brummel
Deel dit artikel