jongensenmeisjesverschillen

Seks is niet alleen iets wat we doen, maar ook wat we zijn. We zijn al een jongen of meisje voordat we geboren worden. Als we ter wereld komen is het eerste wat ze van ons zeggen: ‘Het is een jongen’ of ‘Het is een meisje’ Dit is onze sekse; ze zien het aan onze geslachtsorganen. Niet altijd, natuurlijk. Alles in de wereld heeft uitzonderingen. Ongeveer 1 op de 100 baby’s is niet duidelijk een jongen of een meisje. De geslachtsorganen zijn niet volledig ontwikkeld of ze zijn beide in aanleg aanwezig. Het gebeurt ook wel eens dat een baby het meest op een jongen lijkt, maar er na jaren achterkomt dat ze een meisje is. Zulke jongens en meisjes maken meestal een moeilijke tijd door. Meer over dit onderwerp bij transseksualiteit.

 

Buitenwereld en binnenwereld

De jongen is twee jaar langer kind dan het meisje. Als kind zijn leren betekent, dan kan de jongen dus twee jaar langer leren. Het meisje keert na haar eerste bevalling in feite terug naar haar kindertijd, omdat ze zich intens gaat bezighouden met een opgroeiend kind: veel van haar gedrag staat dan in functie tot de communicatie met dat jonge kind. Dit is ook de oorzaak van opvallende verschillen in taalgebruik tussen jongens en meisjes, mannen en vrouwen. In het algemeen blijft het meisje eerder op een bepaald ‘volwassen’ (in de betekenis van geslachtsrijp) niveau van ontwikkeling steken dan een jongen. De jongen moet meer leren omdat zijn taken in de buitenwereld liggen. Jongens oefenen zich in allerlei vaardigheden zoals gooien met allerlei objecten, springen, rennen en sluipen, ze stoeien, concurreren, onderzoeken, vormen groepjes tegenover andere groepjes, oefenen zich in geweld en moeten leren een plaats in te nemen in de hiërarchie van de stam. Meisjes vertonen meer gedrag dat past bij de binnenwereld van huishouden, voedselbereiding en kinderverzorging.
Verschillen in gedrag zijn niet alleen uiterlijk, maar gaan ook gepaard met gevoelens en opvattingen, en dus ook met een bepaalde organisatie van hersenfuncties. Het gedrag ontwikkelt zich uiteraard in samenhang met de omgeving.

 

aantrekkingskracht

In de puberteit neemt de seksuele aantrekking sterk toe. Het streven naar geslachtsgemeenschap is de allesoverheersende factor in deze periode. Onder ‘streven’ verstaat men dan het geheel van uiterlijk en gedrag, emoties en gedachten, omgevingsinvloeden, die leiden tot een toenadering waarvan het voorspelbare resultaat is dat het meisje zwanger wordt. We moeten proberen dit goed te begrijpen.
We houden daarbij in het achterhoofd dat de meest fundamentele gebeurtenis waarmee het verschil tussen de geslachten samenhangt de voortplanting is, dat wil zeggen het samenkomen van genetisch materiaal van twee individuen zodat een nieuw individu ontstaat.

 

Streven van het meisje

De aantrekkelijkheid van het meisje als object van mannelijke lustgevoelens wordt gevormd door haar uiterlijk en gedrag. Jonge borsten, lang haar, jeugdig vlees, een zoete stem, roze lippen en grote ogen gaan gepaard met een zekere onhandigheid en hulpeloosheid. De aantrekkingskracht van het meisje is zo groot dat jongens van alle leeftijden verlangen geslachtsgemeenschap met haar te hebben. Echter, zij streeft ernaar uit al die beschikbare vrijers er één te kiezen, omdat zij als zwangere vrouw en moeder bescherming en veiligheid nodig zal hebben. Bij dat kiezen speelt de omgeving een grote rol. Voor zover het meisje zelf ook selecteert, doet ze dat op jeugd en uiterlijk van de kandidaten maar ook op betrouwbaarheid en status. Ze kan dus een veel oudere partner accepteren als deze voldoende waarde vertegenwoordigt voor haar nageslacht. Afhankelijk van de omstandigheden, zal het meisje met een of meer partners een zekere mate van ervaring opdoen om de ‘ware’ – dat wil dus zeggen de voor haar meest aanvaardbare vader van haar kind – te vinden.

 

Streven van de jongen

Jongens hebben als voornaamste streven het zo veel mogelijk verspreiden van hun genetisch materiaal. Dit streven ligt vast in hun genetische programma, dat in onze onafzienbare voorgeschiedenis een voorwaarde is geweest voor het voortbestaan van de soort. Zij leggen een dus veel grotere bereidheid tot geslachtsgemeenschap aan de dag en concurreren met elkaar om de begeerlijke meisjes (begeerlijkheid wordt ook door signalen van vruchtbaarheid vergroot: meisjes met borsten zijn bij jonge jongens over het algemeen aantrekkelijker dan meisjes zonder).

 

Concurrentie

De concurrentie wordt door de wat oudere jongens en de mannen gevoerd. De kleinste jongens, die wel verliefd kunnen worden, tellen bij deze concurrentie nauwelijks mee: ze zijn vaak nog niet eens vruchtbaar en het meisje heeft geen belangstelling voor hen omdat ze de kwaliteiten van een geschikte partner missen. Hier ligt een bron van frustratie en ambitie van alle mannen. De jongens die een jaar of twee ouder zijn dan het meisje maken de meeste kans. Een belangrijke bedreiging voor hen vormen echter de nog oudere jongens en mannen, die meer status en macht bezitten en door het meisje (of haar omgeving, die immers grote invloed uitoefent) als geschiktere partner gezien zou kunnen worden. Jongens worden dus ook in hun keuze van (of liever gezegd in hun toegang tot) meisjes sterk beperkt.

Deel dit artikel