seks(e)enmacht

Waarom willen mannen de baas spelen over elkaar? Dat doen ze bewust, halfbewust of onbewust, omdat ze vechten om toegang tot de vrouwen. De echte macht wordt dus door vrouwen uitgeoefend.

 

De mannen doen zogezegd het buitenwerk. De stam wordt meestal aangevoerd door de hoogste man, bijgestaan door iets lager geplaatste mannen, die op hun beurt weer vazallen onder zich hebben, enz. De oorsprong van deze hiërarchie ligt in de strijd tussen mannen onderling om vrouwen te bevruchten. Uiteindelijk gaat het terug op de oertijd van de evolutie (zie Onze oorsprong), ongeveer een miljard jaar geleden, toen de seksuele voortplanting ontstond, en dus het geslachtsverschil.

 

Competitie 

Bij seksuele voortplanting proberen een groot aantal beweeglijke kleine zaadcellen binnen te dringen in een grote trage voedingrijke eicel. Het lijkt op ijzervijlsel dat door een magneet onweerstaanbaar wordt aangetrokken. Er zijn over het algemeen veel meer zaadcellen dan eicellen en dat leidt tot onderlinge concurrentie. De zaadcel die als enige de eicel binnendringt heeft de competitie gewonnen.
In de loop van de evolutie ontstonden ontelbare soorten, maar hun voortbestaan berust nog steeds op het verlangen van zaadcellen om zich met eicellen te verenigen. Biologisch gezien is een soort alleen maar een aan de omgeving aangepaste ‘verpakking’ van de voortplantingscellen.
De mens is het meest complexe en intelligente wezen op aarde, maar de basis van ons bestaan is nog steeds het het seksuele systeem. Het verlangen om mee te tellen, macht te hebben, sterker, sneller, slimmer, betekenisvoller, wijzer, aantrekkelijker te zijn dan andere mannen, beweegt elke man, ook in de politiek. Onder de hogere dieren heeft de hoogste man toegang tot veel, soms alle vrouwen. Tot op hoge leeftijd streeft een man naar het allerhoogste. Het is alsof zijn genen tegen hem zeggen dat er maar één in de eicel kan doordringen en dat hij dat moet zijn, omdat hij anders zal sterven.

 

Sociale hiërarchie 

In de echte mensenwereld ligt het uiteraard ingewikkelder. Mannen sterven niet als ze het allerhoogste niet bereiken, ze worden alleen een beetje ontevreden over zichzelf en de wereld. Ze nemen genoegen met een iets minder hoge plaats in de hiërarchie. Maar ook om die plaats moeten ze concurreren, en dat levert dus een vergelijkbare strijd om toegang tot vrouwen op. Maar als de man het bijna hoogste bereikt, kan hij nog steeds over andere mannen de baas spelen.
Op deze wijze kunnen we ons de menselijke sociale hiërarchie voorstellen, waarbij aan de onderkant de mannen zitten die geen toegang tot vrouwen hebben omdat ze in alle opzichten de concurrentiestrijd met andere mannen verloren hebben. Zij willen wel net zo lief dood zijn.

Deel dit artikel