hetgeslachtsverschil

 

Het leven is in oudste instantie vrouwelijk, want eencellig. Eencelligen planten zich voort door deling. Moedercellen delen zich in twee identieke dochtercellen. Zo ging het gedurende driekwart van de tijd die sinds het begin van het leven verstreken is.

 

Vrouwelijk  –  Mannelijk

Ongeveer een miljard jaar geleden ontstond de seksuele voortplanting, en werd het mannelijke geslacht uitgevonden. Mannelijke voortplantingscellen zijn klein en beweeglijk vergeleken bij grote en trage vrouwelijke cellen. De evolutie van ontelbare soorten planten en dieren ging vanaf het ontstaan van de seksuele voortplanting steeds sneller. Mensen zijn pas zeer kort op aarde en hebben hun eigen ontwikkeling doorgemaakt. De rol van de man in dit gebeuren is nog steeds van secundaire aard.

 

Voortplanting door deling

In het begin bestond al wat leefde uit eencelligen die zich voortplantten door zichzelf te delen. Op dit moment gebeurt dat nog steeds, bijvoorbeeld bij bacteriën en bij de cellen waaruit wij bestaan. Die delen zich tijdens de groei, en om dode cellen te vervangen. Soms slaan delende cellen op hol en groeien ongecontroleerd door (kanker). Als een cel zich deelt, zijn de 2 dochters zo goed als identiek met de moeder en met elkaar. Dit wordt ook wel ‘klonen’ of ‘kloneren’ genoemd.

 

Seksuele voortplanting

Ongeveer een miljard jaar geleden ontstond de seksuele voortplanting. Twee verschillende cellen combineerden eerst hun erfelijk materiaal en daarna vond pas de deling plaats. Door het steeds maar combineren van erfelijk materiaal ontstonden veel meer mogelijkheden voor verandering van eigenschappen en aanpassingen aan veranderende omstandigheden. De enorme verscheidenheid aan soorten planten, bomen en dieren is het gevolg van seksuele voortplanting.

 

Geslachtscellen

Die soorten hebben aparte cellen voor de voortplanting. Ze heten ‘geslachtscellen’. De vrouwelijke geslachtscellen zijn verschillend van de mannelijke geslachtscellen. Vrouwelijke geslachtscellen zijn groot, betrekkelijk onbeweeglijk en klein in aantal. Mannelijke geslachtscellen zijn klein, beweeglijk en groot in aantal.

 

Geslachtsverschil

Het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk is zo fundamenteel dat we het als vanzelfsprekend beschouwen. Elk aspect van onze natuur en cultuur komt voort uit dit verschil. We beseffen dit als we ons voorstellen dat er geen geslachtsverschil zou zijn. Zelfs wanneer we verandering proberen te brengen in het culturele gedrag van jongens en meisjes, mannen en vrouwen, dan blijkt dat enorm moeilijk te zijn. De afgelopen 200 jaar zijn er in de moderne westerse wereld veranderingen opgetreden in onze opvattingen over seksuele gelijkheid. Die hebben geresulteerd in wetten en praktijken voor gelijke behandeling, gelijke kansen in onderwijs en werk, het idee van gelijke verantwoordelijkheid voor het opvoeden van kinderen. Velen in de middenklasse hebben hiervan geprofiteerd. Tegelijkertijd is er steeds weerstand geboden aan deze veranderingen, wat begrijpelijk is omdat ze de natuurlijke orde van geslachtsverschillen, gezinsvorming en voortplanting van de soort bedreigen. De seksuele hervorming, zoals het proces van verandering van het seksuele systeem heet, is dan ook nog maar net begonnen en wordt telkens als er weer enkele stappen vooruit zijn gemaakt, gevolgd door een reactie.
Ook in onze tijd is dat het geval. Een progressieve ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog leidde tot de ‘seksuele revolutie’ van de jaren zestig en zeventig, toen zeer veel mensen zich bewust waren van de seksuele problematiek als grondslag van menselijke relaties, maatschappelijke ongelijkheid, het bevolkingsprobleem enzovoort. Het was duidelijk dat het geslachtsverschil niet los te zien is van de biologische voortplanting, de gezinsvorming, de controle op de lust. De gelijkheid van de geslachten kan pas tot stand komen als het seksuele systeem tot het verleden behoort.

 

Dik Brummel
Deel dit artikel